De Wever: "Dacht dat ik aprilgrap hoorde"

Leerlingen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands, mogen die ook gebruiken op de speelplaats en zelfs in de klas in het Gemeenschapsonderwijs. Bart De Wever (N-VA) vindt dat een heel slecht idee: "Ik dacht dat ik een vervroegde aprilgrap hoorde".

"Op een moment dat je in Vlaanderen alle mogelijke moeite hebt om anderstalige nieuwkomers te integreren en kansen te geven op onze arbeidsmarkt, gaan we morgen in klassen kinderen in het Arabisch, Farsi, Tamazight of Swahili laten spreken", zegt De Wever. "En dan verwachten we dat leraars van bij ons daar nog willen voor staan, dat kunnen begeleiden en die leerlingen klaarstomen voor de Vlaamse samenleving. Hoe verzin je zo'n zaken?"

Experts: "Alleen voordelen"
Nochtans spreken experts De Wever tegen. “Positief omgaan met anderstaligheid op school heeft alleen maar voordelige effecten”, legt professor Piet Van Avermaet van de Universiteit Gent uit. "We stellen vast dat kinderen niet moeilijker integreren als ze hun eigen taal spreken. Integendeel."

Bovendien leren die kinderen ook beter het Nederlands. “Uit internationaal onderzoek weten we dat kinderen die eerst de kans krijgen om hun eigen taal te leren lezen en schrijven, de nieuwe taal ook beter leren”, zegt Van Avermaet.

Nieuwe leidraad
In een nieuwe leidraad, die het GO! in al zijn scholen verspreidt, staat dat directeurs positief moeten omspringen met de moedertaal, of die nu Spaans, Pools of Arabisch is. Want verbieden werkt contraproductief, klinkt het.

"Doordat we positiever omspringen met die talen voelen leerlingen zich beter op school en leggen ze ook makkelijker de brug naar het Nederlands", zegt Raymonda Verdyck, de topvrouw van het GO! .