Column: Het verschil met vriend Marc

Dirk Deferme onderzoekt of de Rode Duivels het nieuwe Oranje zijn en of bondscoach Marc Wilmots te weinig Marc Degryse is.

Je kan er je klok op gelijk zetten en hij zit altijd keurig in plastic. Mijn Voetbal International valt iedere donderdagochtend op de mat. Nog maar pas vernieuwd en verfrist, verjongd en nu veel minder zuur, met minder journalistiek om te scoren bij de lezer. Het is een blad waar ik graag in lees.Op de cover staan drie Welshmen. “Natuurlijk kan WALES het EK WINNEN, ” schreeuwerig en Bale met de rechterhand op het hart. Ik draai door naar pagina vier en vijf, de inhoudsopgave.“Blz. 92 Reportage: België lijkt steeds meer op Oranje”. Ik weet instant waar dat over gaat: onze kritiek op de bondscoach.

Die van Oranje waren kritisch voor Van Gaal tot en met de halve finale tegen Argentinië in Sao Paulo. Van Argentinië werd met de strafschoppen verloren. In de basis, vijf spelers uit de Nederlandse Mickey Mouse-competitie: Cillessen, De Vrij, Martins Indi, Blind en Wijnaldum. Een wonderlijke prestatie toch? Voor vele Nederlanders was het dat niet. Mooi voetballen, 4-3-3, als Godenzonen, de manier waarop. Het blijft ook actueel nadat ze van Brazilië winnen om de derde plaats. In de dikke boeken die nu nog op de markt gegooid worden, gaat het nog altijd daarover.

Wij spelen niet met Mickey, Pluto, Minnie en Donald. En als we in de halve finale met de penalty’s verliezen van Duitsland dan zal het hele land en de dikke helft van de kritikasters helemaal om gaan. Wij zijn geen Oranje. Huilen om de uitschakeling en fier als een pauw zullen we zijn. Weg is dan de kritiek op onze jongens. Maar, de bondscoach blijft wel altijd in het vizier. Geen palmares, warrig, waait met de wind mee, geen tactisch vernuft. Wel nummer één van de wereld geweest, kwartfinale en halve finale op een groot toernooi gehaald. Het journaille zal zeggen dat we met Van Gaal, Klopp, Conte, Guardiola, Mourinho, Preud’homme of Van Haezebrouck wereld- én Europees kampioen waren geworden.

Naar de reportage in Voetbal International, vanaf pagina 92. Zes bladzijden, vlotte stijl, goed geschreven, goed geïnformeerd, mooie foto’s. Gaandeweg kom ik wel tien keer de naam Degryse tegen. Marc Degryse, mijn co-commentator. Informant Degryse neemt het voormalige gidsland Nederland bij de hand. Daarom lijkt het alsof België meer en meer op Oranje lijkt. “Als het niet mooi is, is het geen voetbal.” “Aanvalleeuuh!” Voor Degryse is dat de keeper die meevoetbalt, aanvallende backs, één defensieve middenvelder die als hij een bal afpakt in één tijd vooruit kaatst. Al de rest is aanvaller met één toegeving: ze jagen als de beesten op de andere helft als de bal verloren gaat. Ja, Marc meent het en hij is consequent. Dat is het verschil met onze andere vriend Marc. En, Degryse ziet het goed want we hebben er de spelers voor.

Niet iedereen bij ons denkt zoals Marc. Die denken: defensieve opdrachten! Evenwicht! Omschakeling! Maar Marc denkt daar pas in tweede instantie aan. Hij is de meest Hollandse der voetbal-Belgen. Hij heeft het via zijn connectie met de charmante, invloedrijke Nicole met roots in een Amsterdamse voetbaldynastie. Marc denkt Ajax en kijkt heel veel naar de Nederlandse televisie. In Parijs, Londen, Barcelona, Madrid en München, bij een dubbele G&T, legt hij onze Nederlandse televisiecollega’s over de knie met zijn kennis van de talkshows in hun land. Hij praat helemaal Pauw, van Nieuwkerk en Witteman. “Jij moet bij ons in de show,” heb ik Tom Egbers een paar keer horen roepen. “Bij ons in Studio Voetbal.” En dan zeg ik: “Neen, Tom. Wij hebben hem nodig. Hij is de slimste voetbalanalist van ons land.” Hij probeert onze louter doelgerichte reflex te verrijken met voetbalavontuur. En dat hebben we nodig.

Wij hebben minder Nederlanders vandoen en zij moeten van Degryse afblijven.

 

5 keer gelezen