Moet Anderlecht kampioen worden?

Een column van voetbalreporter en -commentator Dirk Deferme.

Het is zondag 21 mei. Anderlecht speelt tegen Zulte Waregem. In 2013 was dat op de laatste speeldag de kampioenenmatch. Zulte Waregem moest winnen, Anderlecht had genoeg aan een gelijkspel. De bezoekers kwamen 0-1 voor. Lucas Biglia maakte gelijk. Hij schoot, via de muur, een vrije trap in doel. Een lelijk doelpunt leverde Anderlecht de tweeëndertigste landstitel op.

Vandaag is een gelijkspel voldoende voor de tweede plaats. Uitbundig blij zullen ze er niet om worden. Hier en daar heeft men het over een horrorseizoen. Op Facebook wordt een evenement aangekondigd. Een protestactie van de supporters die het hebben over “het slechte voetbal en de slechte mentaliteit die er bij de spelers en de staf nu al gedurende weken, al dan niet maanden, heerst.” 

Luc Nilis heeft een boek geschreven over zijn voetbaljaren tot en met de miserie daarna. Hij is de special guest voor de aftrap. Het publiek juicht lang en uitbundig. Zij klappen voor Anderlecht Old School, de fijne traptechniek, de fenomenale doelpunten, de vele goals. Na de echte aftrap volgen binnen de minuut paarse verfbommen, Bengaals vuur en een donker rookgordijn. Bij een tweede protestgolf, met alweer een vuurpijl op het veld, stuurt scheidsrechter Dierick iedereen naar binnen.

"Hiermee helpt u de club niet,” zegt de stadionomroeper. Dat is wat de dissidenten net niet willen. Ze hebben een klacht en ze willen dat iedereen dat weet. Ze zijn niet met zoveel, dat valt op als ze als de rook is verdwenen hun plaatsen verlaten. Een man of 60. Het speerpunt van het protest. Een paar duizend abonnees zijn thuisgebleven. Een match om de tweede plaats interesseert hen niet. 

In een momentopname zien we Roger Vanden Stock met de bril in de hand en met twee vingers de vermoeidheid uit zijn ogen wrijven. Iedereen wil dat hij investeert in een grote sprong vooruit en dat hij met een duidelijke visie voor een reboot van zijn club zorgt. Een nieuw systeem en nieuw personeel, staf en spelers, wordt hem aangeraden door analisten en volgers. Het lijkt ook wat de fans willen. Hugo Camps: “Zou de preses van Anderlecht deze kleine genocide wel aandurven? Ik denk het niet.” Te soft vindt Camps. Hij noemt de voorzitter meneer Roger in zijn stukje. Hij laat het klinken als een minzame fabrieksbaas uit vervlogen tijden.  

“Twintig jaar geleden was het makkelijker. Toen hadden ze de macht,” zegt Jan Boskamp. Twintig jaar geleden was het 1996. Toen hadden ze veel meer geld dan al de rest, dat bedoelt Boskamp. Nu is er concurrentie in België en grote financiële concurrentie vooral vanuit het buitenland. De rijke voetballanden, de landen met een grote binnenlandse markt, met een voetbalcompetitie die in binnen- en in buitenland veel geld ophaalt en clubs die in Europa en in heel de wereld het sponsorgeld, het televisiegeld en de bulk van de merchandisingopbrengsten ophalen, kopen bij ons de beste spelers al weg vanaf ze kunnen lopen. Ze doen dat in alle landen, ook die waar Belgische clubs nog kunnen recruteren. Heel de voetbalwereld leidt op voor de rijkste clubs. Wat van hun bord valt, wordt onder de rest verdeeld. Wie weinig geld heeft, mag de borden leegschrapen en de afwas doen.

We zijn met Anderlecht aanbeland aan het einde van een cyclus, Ludo Vandewalle schrijft het in Het Nieuwsblad. Hij heeft misschien gelijk. Al beslissen de clubs zelf over hun cycli. Je moet niet te gauw hoog inzetten op verandering. Titelhouder Milan verloor in 2008 thuis van Arsenal in de Champions League. Het Italiaanse publiek bejubelde de Gunners met opvallend respect voor het voetbal van het team van Wenger. Het leek alsof zij de aflossing van de wacht toejuichten en het publiek de club wilde aansporen om iets anders te doen. Carlo Ancelotti zat er na de wedstrijd onaangedaan bij. Hij bleef rustig, nipte van zijn cola. Het bestuur deed niks, Ancelotti bleef nog twee seizoenen en het duurde nog eens twee seizoenen voor Milan opnieuw een prijs won. Dat was de titel in 2011. Vooralsnog hun enige prijs sinds de Champions League in 2007, al bijna 10 jaar geleden.   

Besnik Hasi lijkt op de persconferentie na de laatste competitiematch op Carlo Ancelotti. Hij lijkt op een verdedigende middenvelder, een harde werker die voor de anderen en voor zijn club de gaten dichtloopt. Niet geraakt, niet ongelukkig en ja, hij wilde liever eerste worden maar gezien de omstandigheden was tweede niet zo slecht. Hij had stabiliteit en evenwicht gemist. Het is geen excuus waar hij zich achter wil verstoppen maar hij heeft zeker wel een punt als hij een paar spelers opnoemt die hij op cruciale momenten gemist had. Hij noemt ook Guillaume Gillet die in januari mocht vertrekken van de club. Dat verklaart zeker mee het mindere seizoen. Met de ploeg die in oktober met 2-1 van Tottenham won, had Hasi het beter gedaan. Hij is ervan overtuigd. Proto, Deschacht, Kara, Praet, Defour, Tielemans, Gillet, Dendoncker, Obradovic, Ezekiel, Okaka en Najar als twaalfde man, dat was zijn kampioenenploeg.                                                                         

Anderlecht staat op het punt afscheid te nemen van coach Hasi en bereidt de transfers voor van Silvio Proto, van Dennis Praet en van Matias Suarez. Samen goed voor 13 titels. De ene stond tien jaar in doel bij Anderlecht, de andere twee wonnen er een Gouden Schoen. Voor Het Laatste Nieuws zijn het symbooldossiers. Het zijn spelers die later een stuk waard zijn in de encyclopedie van de club. Op die manier is het zeker een einde van een cyclus.

Voor de rest verwacht ik niet zoveel verandering. Behalve misschien een prijs in 2017. Waarom niet mikken op de beker? Met de beker als rustpunt bescheiden en hard werken voor een titel in 2018, zou dat geen goed plan zijn? Of voldoet dat niet voor We Are Anderlecht? Te bescheiden?

Ik heb het thuis altijd zo te horen gekregen: 

  • Ik: “Ik moet een nieuwe fiets hebben." 
  • Mijn ma: “Moeten staat in de stal.”
3 keer gelezen