"Nog één keer: de tifo"

VTM Nieuws-reporter en voetbalcommentator Dirk Deferme heeft het in een column nog één keer over die bewuste tifo van Standard: "Toen die tifo naar beneden rolde werd er geen traan geplengd."

Er werden de voorbije week veel woorden gebruikt in de opstoot van opinies naar aanleiding van de Red or Dead-tifo op Sclessin. En niet zomaar wat woorden: wansmaak, wansmakelijk, niet slim, foute timing, oproepen tot haat, haatpredikers, uitlokken van geweld, haat-tifo, vrijheid van meningsuiting... Het zwaard en het afgehakte hoofd werden geassocieerd met IS. En ik heb ook aan de Jihadisten gedacht.

Een paar van mijn collega’s suggereerden naar aanleiding van die tifo meteen een aantal drastische maatregelen: tifo’s verbieden, stadionverbod, de match stilleggen, de tribune ontruimen, iedereen onmiddellijk naar buiten sturen en daar moesten de ordediensten de boel dan maar sussen. Met de matrak?

De Red or Dead-tifo heeft het over rood of dood en laat het afgehakte hoofd van Steven Defour zien. Ik denk niet dat we dat letterlijk moeten nemen. Ik denk niet dat de Ultras Inferno 1996, de auteurs, wilden iemand dat letterlijk zou nemen. Er was niemand die het zo begrepen had. Toegegeven, een geesteszieke zou misschien mede door de tifo kunnen ontsporen.  

Bert Wagendorp, columnist bij De Volkskrant, schreef deze zin, en ik haal hem graag uit zijn context: “We duiden de werkelijkheid tegenwoordig onmiddellijk in het licht van recente gebeurtenissen.” Dat is zo. We weten veel, we zijn snel op de hoogte, we krijgen net zo snel meningen voorgeschoteld en we proberen er ook zelf een te hebben. Instant. Mensen die er niks van afweten hebben ook zo een snelle mening. Terwijl iemand die wat trager is, die eerst de feiten wil bekijken en kennen, nog vragen stelt en loopt na te denken.

De tifo rolt naar beneden. Iedereen kijkt naar het doek en kijkt rond. Zegt iets tegen zijn buurman/vrouw, sommigen zeggen iets in hun microfoon. Er zijn er die ongepast denken. Of wansmakelijk. Of misschien dat is compleet erover. Er zijn mensen die lachen. Dat deden er heel veel. Al dan niet met de hand voor hun mond. De meesten denken bijna niks en wachten tot de wedstrijd begint. Wat Steven Defour dacht, weet ik niet. De spelers werden er niet ongemakkelijk van. Ze waren in match-modus. De Anderlecht-fans floten en reageerden met boe-geroep. Dat was altijd de reactie van supporters op een tifo van de overkant. Hij werd opgerold, de match begon. De doorwerking van de tifo hield bij de meesten van de 25.000 hier op. Tot zover de reactie van de volle tribunes op de tifo.

Hans Vandeweghe schreef in De Morgen: “Iedereen die ooit in een voetbalstadion bij een risicowedstrijd was, weet dat één vonk genoeg is om een heel stadion te laten ontploffen.” En: “De tifo was geen vonk maar een vlammenwerper.”

Een voetbalstadion is een cocktail van woede, van gewoon kwaad zijn, van euforie en gewoon blij zijn. Het is een verzameling van veel mensen waarvan de grootste groep, vaak unisono, emotioneel reageert. Verbaal, luidkeels en met gebaren. Zo reageerde een deel van het stadion op de Red or Dead-tifo. Ongeloof en verontwaardiging waren er ook bij. Onbegrip, niet begrijpen en onverschilligheid. Maar, ontploffen deed het niet. Toen Steven Defour rood kreeg omdat hij al voor de tweede keer nadat de scheidsrechter gefloten had, een bal hard in de tribune trapte, kwam het stadion veel dichter bij een explosie. Stoeltjes werden losgebroken en op het veld gegooid. Een voetbalpubliek dat zo reageert op een beslissing van de scheidsrechter, dat heb ik al heel vaak gezien. Maar zo een reactie op een tifo? Nog nooit. En ook op zondag 25 januari niet.

Collega Rudy Nuyens beschreef in Het Laatste Nieuws een paar veldslagen tussen hooligans. Veldslagen waar hij bij was, allemaal buiten een voetbalstadion. Wat hij zondag meemaakte op gebied van haat vond hij nog erger. Wel, ik niet. Om bij het recente verleden te blijven: toen de fans van Standard, die van Ultras Inferno 1996 waren daar ook bij, tijdens de match tegen Zulte Waregem op de hoofdtribune Guy Luzon kwamen bedreigen, dat was toch veel heftiger? Toen voelde ik mij veel minder op mijn gemak. Dat was intimiderend voor de hele tribune-omgeving. Voorzitter Duchâtelet sloeg op de vlucht. Ik heb toen na afloop binnen gewacht tot de gemaskerde geweldenaars weg waren. Er is geen klap uitgedeeld maar het was wel geweld of met gebalde vuisten dreigen met geweld. Het was politiek, tegen de eigen club gericht en tegen het beleid maar, heel wat onschuldige mensen zaten er vlakbij en voelden zich fysiek bedreigd. Kinderen begonnen te huilen. Toen die tifo naar beneden rolde werd er geen traan geplengd. Er moet zeker dringend eens met die Ultras gepraat worden, dat moest al naar aanleiding van de gebeurtenissen van toen of nog vroeger gebeurd zijn.

Laat een tifo een tifo zijn. Soms heel spits en om te lachen, soms wansmakelijk en volledig erover. Heel vaak wordt er een beeldtaal gebruikt die mensen van mijn generatie niet kennen. Die horrorfilms, zombies, Grand Theft Auto en de rest van de Playstation-taal is niet die van ons. Maar altijd zitten er ongelooflijk veel man-uren in zo een tifo. Het is bijna altijd knap gemaakt en goed geregisseerd. Het is de cultuur van een supportersgroep. Het is een subcultuur of een tegencultuur. Soms komt er zo ook wel eens, in een tweede laag, iets van de actualiteit in het voetbalstation terecht. Ja, timing is heel belangrijk. Zo een tifo zoals die van die zondag in januari zou ik op voorhand afkeuren. “Niet doen, mannen” zou ik zeggen als ze het me vroegen.

Maar als ze hun plan dan toch uitvoeren, kan ik het wel hebben.  

3058 keer gelezen