Het leven van "The greatest"

Mohammed Ali was de grootste bokser aller tijden. Hij werd drie keer wereldkampioen bij de zwaargewichten en won ook Olympisch goud in 1960 bij de lichtzwaargewichten. Hij stond gekend voor zijn psychologische spelletjes voor en na een wedstrijd die een grote impact hadden op zijn tegenstanders. Sinds 1984 leed de Amerikaan aan Parkinson.

Ali wordt op 17 januari 1942 geboren als Cassius Marcellus Clay en breekt door als hij op 18-jarige leeftijd in de klasse lichtzwaargewicht goud wint op de Olympische Spelen van 1960 in Rome. In 1964 wint hij zijn eerste wereldtitel door Sonny Liston te verslaan, als jongste bokser ooit. Hij wordt de eerste bokser met drie wereldtitels bij de zwaargewichten.

Behalve als bokser raakt hij ook bekend als mensenrechtenactivist en dichter. In de aanloop naar zijn eerste wereldtitel, tegen Liston, beledigt hij zijn tegenstander, vaak in rijm. Een van die regels is het bekende "float like a butterfly, sting like a bee". Nadat hij Liston in zes ronden verslaat, roept Ali zichzelf uit tot "the greatest": "I am the greatest! I am the greatest! I'm the king of the world".

Slavennaam
Kort na die wereldtitel doet hij afstand van zijn "slavennaam" Cassius Clay, en kondigt hij aan vanaf dan "Mohammed Ali" te heten. Op het hoogtepunt van de Vietnamoorlog, in 1967, wordt Ali opgeroepen voor het leger. Hij weigert te gaan dienen, wat hem in het oog van een nationale storm brengt. "Mijn geweten laat mij niet toe mijn broeder neer te schieten voor groot en machtig Amerika", zei Ali in een interview. Vanwege die weigering verliest hij zijn wereldtitel en wordt hij veroordeeld tot vijf jaar cel. In beroep wordt hij vrijgelaten, maar hij mag niet boksen of het land verlaten.

In 1971 wordt de veroordeling uiteindelijk ongedaan gemaakt. In 1974 kan hij de wereldtitel weer binnenhalen, tijdens "the rumble in the jungle" in het Congolese Kinshasa. Daar wint hij in zeven ronden van titelverdediger George Foreman.

Parkinson
Hij gaat in 1981 met pensioen, na 56 van zijn 61 wedstrijden gewonnen te hebben - 19 ervan met knock-out. In 1976 neemt hij het nog op tegen de relatief onbekende Jean-Pierre Coopman, de "Leeuw van Vlaanderen". Ali noemt hem "a sweet little pussycat" en slaat de Belg in vijf ronden knock-out.

Drie jaar na zijn pensioen wordt bij de Amerikaan Parkinson vastgesteld. Maar zelfs met een verslechterende gezondheid, blijft Ali betrokken bij politiek en samenleving. Zo laat hij in december nog zijn afkeuring blijken voor de plannen van de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump om moslims de toegang tot de Verenigde Staten te ontzeggen. "Wij als moslims moeten opstaan tegen zij die de islam gebruiken om hun eigen agenda te promoten", klonk het toen.

Superman
In een interview met The New York Times in 1988 zegt Ali dat zijn Parkinson de rest van de wereld toont dat hij ook een mens is. "Als ik in blakende gezondheid was - als ik mijn laatste twee wedstrijden gewonnen had - als ik geen problemen had, dan zouden de mensen bang zijn van me. Nu hebben ze medelijden. Ze dachten dat ik Superman was. Nu kunnen ze zeggen: 'Hij is menselijk, zoals wij. Hij heeft problemen'."

De bokser wordt begraven in Louisville, Kentucky, waar hij geboren werd.