"We gooien helft voetbaltalent weg"

Kinderen die in de eerste maanden van het jaar geboren zijn, maken veel meer kans om het te maken als profvoetballer dan kinderen die in de laatste maanden van het jaar geboren zijn. Dat blijkt uit een analyse van de geboortedata van de spelers bij de Rode Duivels en in onze eerste klasse. Het is een resultaat van wat experts het ‘Relatief Leeftijdseffect’ noemen. “We gooien zowat de helft van ons talent systematisch weg.”

VTM NIEUWS verzamelde de geboortedata van alle voetballers in eerste klasse, en van alle spelers bij de Rode Duivels en de nationale jeugdploegen. Daaruit blijkt dat er een duidelijke oververtegenwoordiging is van spelers die in de eerste maanden van het jaar geboren zijn. Het aandeel spelers per geboortemaand loopt bovendien stelselmatig af naar het einde van het jaar.

Een voorbeeld: bij onze nationale selecties, de verzameling van de beste spelers van België, is  40% van de voetballers geboren in de eerste drie maanden van het jaar, terwijl slechts 11% geboren is in oktober, november of december.

Vreemd, want iemand die in december geboren is, heeft per definitie niet minder (voetbal)talent dan iemand die in januari geboren is. Bovendien is het aantal geboortes in ons land redelijk gelijk verdeeld over de verschillende maanden van het jaar. Er zijn dus niet opvallend minder kinderen die geboren worden op het einde van het jaar, wat een mogelijke verklaring zou zijn.

Spelers nationale selecties België per geboortekwartaal

Van waar komt die oververtegenwoordiging van vroeggeboren spelers in het voetbal dan wel? Kan iemand die in januari geboren is, beter voetballen dan iemand die in december geboren is? Nee. De reden hiervoor is het ‘Relatief Leeftijdseffect’, een fenomeen dat zich al lang voordoet en steeds sterker wordt, zo wijzen recente studies uit.

Doordat de meeste (jeugd)opleidingen opgedeeld zijn in leeftijdscategorieën van één jaar, speelt een jongen die geboren is op 1 januari 2005 in dezelfde ploeg als een jongen die op 31 december 2005 geboren is. En vanaf de jeugd kiezen trainers systematisch voor de oudere jongens uit het selectiejaar.

“Het begint al erg jong”, zegt professor Werner Helsen (KU Leuven), die al meer dan 15 jaar lang onderzoek doet naar het ‘Relatief Leeftijdseffect’. “Van bij de eerste selecties, op 5 à 6 jaar, kiezen jeugdtrainers eerder voor fysiek sterke spelertjes.” En zo gaat er heel wat voetbaltalent, dat toevallig later op het jaar geboren is, verloren.

“We gooien zowat de helft van ons talent systematisch weg”, zegt Helsen. En dat tonen de cijfers ook aan. In alle Europese landen valt het op: er zijn véél meer voetballers die geboren zijn in het begin van het jaar. En naarmate de geboortemaand later op het jaar valt, zijn er steeds minder spelers. Zo ook in de Belgische eerste klasse.

Belgische voetballers in eerste klasse (2014 - 2015) per geboortekwartaal

Zeker wanneer het aantal voetballers per geboortemaand, vergeleken wordt met het globaal aantal geboortes in ons land, valt het contrast op. Hoewel er in ons land meer kinderen geboren worden in de tweede helft van het jaar, zijn er net minder kinderen uit de tweede jaarhelft die het maken als profvoetballer.

Aantal geboortes in België per geboortekwartaal (1998 - 2009)

Nog een sprekend voorbeeld zijn de U19 van Anderlecht, de ploeg die het afgelopen seizoen zo goed deed in de European Youth League, de Champions League voor jongeren, zeg maar. Met 15 van de 21, is meer dan 70% van de spelers geboren in de eerste jaarhelft.

Spelers U19 Anderlecht (2014 - 2015) per geboortekwaraal

Ook bij onze nationale selecties is het ‘Relatief Leeftijdseffect’ duidelijk. Van de toppers van het Belgische (jeugd)voetbal, is 70% in de eerste jaarhelft geboren. 

Spelers nationale selecties België per geboortekwartaal

“Van bij de jeugd focussen trainers op het winnen van wedstrijden”, zegt Helsen. “Daarom kiezen ze voor sterke spelertjes uit het begin van het jaar, terwijl de nadruk zou moeten liggen op opleiding en vorming. Het effect loopt door van bij de jeugd tot in het professionele voetbal.”

“De trainers kiezen vanaf het begin voor de oudere spelertjes in het selectiejaar. Zij krijgen meer positieve feedback, krijgen een betere opleiding, betere trainers en dus meer kansen. Terwijl de jongere leeftijdsgenoot, met misschien evenveel talent, vanaf het begin negatieve feedback krijgt, naar de mindere ploegen wordt doorverwezen, een minder goede opleiding krijgt en dus minder kansen.”

Door het ‘Relatief Leeftijdseffect’ krijgen kinderen die later op het jaar geboren zijn geen eerlijke kans, zegt de professor Bewegingsleer aan de KU Leuven, die ook werkzaam is voor de FIFA. Volgens Helsen gaat de helft van onze voetbaltalenten verloren. En dat in een zo professionele sport als voetbal, waarin niet de geboortemaand, maar uitsluitend intrinsieke kwaliteiten van een speler zouden moeten doorwegen.

Een oplossing ziet Helsen in roterende startdata voor de jeugdopleidingen. “Door de startmaand van de opleiding elk jaar vier maanden te verplaatsen, zal elke kind in de loop van een tienjarige opleiding afwisselend bij de ouderen en bij de jongeren van zijn groep behoren.”

Bij de Pro League kennen ze eveneens het probleem en proberen ze het door het ‘Future-project’ op te lossen. Voor de nationale ploeg ‘Future’ worden jongens opgeroepen die fysisch nog niet de maturiteit hebben van hun leeftijdsgenoten. “We zetten spelers samen volgens hun gewicht, hun lengte, hun kracht, …”, zegt Chris Van Puyvelde, die ook trainer is aan de Topsportschool in Wilrijk.