Iedereen werkt tot 67, behalve politici

De zeven parlementen in ons land zijn er opnieuw niet in geslaagd om tot een akkoord te komen over het verhogen van de pensioenleeftijd voor politici tot 67 jaar. Voor gewone burgers gebeurde dat vorig jaar al, maar voor de politici zelf geldt de regel dus nog altijd niet. Dat schrijven verschillende kranten.

Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA) had in naam van het hele federale parlement een voorstel uitgewerkt, maar een vergadering met de zeven parlementsvoorzitters donderdag draaide nog niet uit op een akkoord.

Lager pensioen
Maar Waals parlementsvoorzitter André Antoine (cdH) wil ook andere zaken harmoniseren. In het Waals Parlement bestaat immers een regel waardoor het voor de meeste parlementsleden verboden is om hun zitje te cumuleren met een lokaal mandaat. Zij zullen daardoor een lager pensioen krijgen dan hun collega's van andere parlementen.

"Als we het hebben over de pensioenen in het parlement, moeten we het ook hebben over de cumulregeling en ineens alles harmoniseren", zegt Waals parlementsvoorzitter André Antoine (cdH) in Het Nieuwsblad, Gazet van Antwerpen, De Morgen en Het Laatste Nieuws.

"Blokkeren"
N-VA vindt dat de Franstaligen hiermee een snel akkoord blokkeren. "De Franstaligen proberen alles op een slinkse manier tegen te houden door de kar te overladen", zegt N-VA-fractieleider Peter De Roover in de kranten. 

La Libre Belgique merkt op dat het hele parlementaire statuut wel eens onder de loep genomen zou kunnen worden, wil men ervoor zorgen dat parlementsleden pas op 67 hun pensioen kunnen opnemen. Want in tegenstelling tot gewone werknemers heeft een parlementslid van zestig jaar die niet herverkozen wordt, geen recht op een werkloosheidsuitkering (enkel op een tot 24 maanden beperkte uittredingsvergoeding).

Op 14 september volgt een nieuwe vergadering.