Bracke komt met voorstel pensioenleeftijd

Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA) komt zelf met een voorstel om de pensioenleeftijd voor parlementsleden te verhogen. Hij wil die gelijk trekken met die van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Hij zal dat voorstel overmaken aan de fractieleiders van meerderheid en oppositie. Volgens Bracke is het huidige pensioenstelsel voor Kamerleden niet langer houdbaar.

"De geleidelijke harmonisering van de pensioenstelsels van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren is belangrijk en rechtvaardig", zegt Kamervoorzitter Bracke. De discussie die zich intussen heeft ontsponnen, maakt het voor de Kamervoorzitter duidelijk "dat een grote meerderheid van de parlementsleden daarmee akkoord gaat. Ik zal daarom zelf een voorstel neerleggen om de pensioenleeftijd en de loopbaanvoorwaarden van de parlementsleden gelijk te schakelen met de andere stelsels".

Al opgetrokken naar 62
Bracke herinnert eraan dat tijdens de vorige legislatuur een hervorming werd uitgewerkt door de parlementsvoorzitters. Daarbij werd de pensioenleeftijd voor nieuwe parlementairen in consensus opgetrokken tot 62 jaar, maar met een ruime overgangsregeling voor wie al voor 2014 was verkozen. "Ik denk dat we deze hervorming verder moeten zetten. Als we van de mensen inspanningen vragen, is het niet meer dan normaal dat de parlementsleden ook hun duit in het zakje doen. Om ons sociaal systeem betaalbaar te houden zullen we langer moeten werken. En dat geldt voor iedereen".

"In het federale parlement hoor ik vandaag niemand meer die zich uitspreekt tegen een gelijkschakeling van de pensioenleeftijd voor alle parlementsleden. Daarom denk ik dat de tijd rijp is het pensioenreglement van ons parlement aan te passen", besluit Bracke.

Op 55 jaar op pensioen?
Zijn voorstel komt er na het nieuws dat twee op de drie federale parlementsleden in de toekomst op 55 jaar met pensioen kunnen gaan. Dat berekende de Partij van de Arbeid eerder deze week. Het nieuws zorgde voor heel wat commotie omdat iedereen langer zal moeten werken, behalve de parlementsleden zelf dus, zo bleek uit de cijfers van PVDA. Alleen wie bij de vorige verkiezingen voor het eerst is verkozen, zal wat langer moeten werken.