Instagram schaadt jongeren het meest

Jongeren vinden Instagram het slechtste sociale medium als het gaat over de impact op hun mentale gezondheid. YouTube zou het meest positieve effect hebben. Dat blijkt uit het rapport van de Britse Royal Society for Public Health (RSPH).

In een studie van de RSPH, een onafhankelijk goed doel dat erop gericht is de publieke gezondheid en welvaart te verbeteren, werd aan bijna 1.500 jongeren van 14 tot 24 jaar gevraagd om populaire apps te beoordelen op vlak van depressie, eenzaamheid, angst en lichaamsbeeld.

Daaruit blijkt dat Instagram en Snapchat de slechtste leerlingen van de klas zijn. Zij bleken het schadelijkst voor de gezondheid en het welzijn van jongeren. YouTube zou jongeren het positiefst beïnvloeden.

Verder kwam uit het onderzoek naar voren dat maar liefst 91 procent van de Britse jongeren het internet gebruikt voor sociale media. Dat is meer dan eender welke andere leeftijdsgroep. Jongeren tussen 14 en 24 jaar oud zijn dus het meest kwetsbaar voor de effecten ervan.

Angstgevoelens
In het onderzoek van de RSPH geven jongeren zelf aan dat vier van de vijf meest gebruikte sociale media hun angstgevoelens doen groeien. Ook depressie en slecht slapen zijn mogelijke negatieve effecten van sociale netwerksites.

Zo zegt een op vijf jongeren dat ze ’s nachts wakker worden om berichten op sociale media te lezen. Dat zorgt er ook voor dat ze zich drie keer zo moe voelen op school dan hun klasgenoten die ’s nachts geen sociale media gebruiken.

Zelfexpressie
Toch hebben sociale media ook een positieve kant. Instagram bijvoorbeeld bleek een positief effect te hebben op zelfexpressie en zelfidentiteit.

Bovendien krijgen jongeren met mentale gezondheidsproblemen via sociale media de kans om ervaringen van anderen te lezen, te bekijken of te beluisteren. Dat kan volgens eerder onderzoek bijzonder gunstig zijn om hun eigen mentale gezondheid weer op te krikken.

Oproep
De RSPH roept de overheid, sociale media en beleidsmakers op om de positieve aspecten van sociale media te promoten en om de potentiële negatieve effecten te matigen.

Zo stellen ze sociale media voor om gebruikers die aan mentale gezondheidsproblemen zouden kunnen lijden te identificeren op basis van wat ze posten. Verder raden ze de platformen aan om duidelijk aan te geven wanneer foto’s van mensen digitaal gemanipuleerd zijn.