Ruim 1000 man neemt afscheid van De Buck

In de Gentse Bijloke namen vandaag een duizendtal mensen afscheid van Walter De Buck. Familie en vrienden brachten persoonlijke getuigenissen en er klonk veel muziek: "één van de krachtigste wapens in zijn strijd voor de democratisering van de kunst," herinnerde zijn vriend en voormalig buurman Bob De Moor.

Het eerbetoon begon en eindigde met een groot applaus. Zijn kleindochter Maaike nam het eerste woord en omschreef haar grootvader als "een man die mensen raakte door te doen wat hij wilde doen, door te zijn wie hij wou zijn. Hij was veel tegelijkertijd, maar altijd gewoon zichzelf", klonk het. "Dag geleefde handen, dag wijze woorden, dag grijze baard met kriebelkusjes."

In zijn afscheidsrede herinnerde acteur en regisseur Bob De Moor hoe De Buck in de jaren zestig zijn buurman werd Bij Sint-Jacobs en er de basis legde voor de heropstart van de Gentse Feesten. "Ik gaf er mijn ogen de kost. Niet alleen aan de naakttekeningen van Walter, die overigens vrij snel in beslag werden genomen door het parket, maar aan alles wat getoond en opgevoerd werd. Walter had het bijzondere talent om mensen samen te brengen. Al vlug werd het huis een 'trefpunt' voor kunstenaars, marginalen en progressieve studenten." De Moor verwees ook naar Walter De Bucks boek 'Partituur van een Gents rebel': "Voor mij blijft creativiteit de belangrijkste stimulans in het leven. Het helpt me bij de zoektocht naar mezelf, het geeft me vreugde en troost bij het dwalen door een imaginaire wereld", citeerde hij. De Buck zette Gent en het Gents weer op de kaart, herinnerde De Moor. "Ons leren feesten, fanfares laten toeteren, een Big Band geleid, een openluchtcinema uit de grond gestampt, voorzitter geweest van de legendarische voetbalploeg 'Dynamo Martiko'. Hij is de verwekker van ontelbare kinderen, goeroe, redder van het werk van Karel Waeri, oprichter van het Nieuwpoorttheater, bouwer van de barge, bezieler van de georganiseerde anarchie, stichter van het lunchtheater, bezieler van Loods 13 en bovenal beeldhouwer."

Kunstenaar Luc Daels, samen met De Buck een van de drijvende krachten achter Trefpunt en de heropstanding van de nieuwe Gentse Feesten, omschreef Walter als een 'katalysator'. "Zonder zichzelf te veranderen kon hij andere mensen een stoot geven zodat ze in het vervolg van hun leven een beetje anders werden en dingen deden die ze van zichzelf nooit hadden verwacht", zei Daels, die zijn vriend een zeer complexe persoonlijkheid aanschreef. "Hij had als het ware verschillende personaliteiten verenigd in één, en dat verklaart een beetje het hele grote gebied van zijn activiteiten en interesses."

In de concertzaal van de Gentse Bijloke brachten onder meer Patrick Riguelle, Roland Van Campenhout, Alex Rambaut, Yves Meersschaert en verschillende andere muzikanten waar De Buck mee samenwerkte, zijn nummers zoals 'k Ben al zo lang op weg geweest' en 'k Zou zo gere wille leven leven', maar ook ander werk, zoals het Franse amoureuze strijdlied 'Le temps des cérises', dat De Buck nog met Riguelle zong. In de zaal zaten veel Gentenaars en (Gentse) muzikanten en artiesten, onder meer ook Zjef Vanuytsel en Johan Verminnen.

Walter De Buck laat een echtgenote (Mia) na en negen kinderen, achttien kleinkinderen en acht achterkleinkinderen. Die staan allemaal met voornaam op het rouwprentje, met op de voorkant een zwart-witfoto en een tekst uit 1953.