Perszaal vernoemd naar vermoorde journaliste

De perszaal van het Europees Parlement in Straatsburg draagt voortaan de naam van de vermoorde Maltese blogster Daphne Caruana Galizia. "Een half miljard Europeanen kunnen niet aanvaarden dat een journaliste vermoord kan worden omdat ze bepaalde zaken onderzoekt", zo verklaarde voorzitter Antonio Tajani op een inhuldigingsceremonie in aanwezigheid van de echtgenoot en zonen van Caruana Galizia.

"Iedere keer dat hier een persconferentie plaatsvindt, zullen de aanwezigen eraan herinnerd worden dat we onze normen op het vlak van persvrijheid hoog zullen houden", stelde Tajani. "Want wanneer men een journalist het zwijgen oplegt, dan gaat er vrijheid verloren en vrijheid is het fundament van de Europese Unie."

Krachtige bom
Daphne Caruana Galizia kwam bijna een maand geleden om het leven toen een krachtige bom ontplofte in haar auto. De 53-jarige journaliste en blogster stond bekend om het onthullen van corruptie en fraude in de Maltese politiek en financiële wereld. Haar dood richtte de Europese schijnwerpers op de minder fraaie kantjes van het eiland in de Middellandse Zee.

Chantage
"Zonder de moord zouden we niet weten wat er in Malta gebeurt. Het belagen van journalisten, het chanteren van media door banken die verdacht worden van witwaspraktijken, regeringsfunctionarissen die verdacht worden van betrokkenheid bij belastingontwijking: dat gebeurde allemaal en de politie weigerde onderzoek te voeren omdat ze banden heeft met de regering", vaarde de Spanjaard Esteban Gonzalez Pons van de EVP tijdens een debat in het halfrond uit.

Dialoog
Morgen buigt het halfrond zich over een resolutie van de EVP, ECR, groenen, liberalen en uiterst links waarin ze de Europese Commissie oproepen om "een dialoog" aan te knopen met de Maltese regering "over het functioneren van de rechtsstaat". De socialisten, die in Malta aan de macht zijn, vinden die reactie "zeer overdreven". "Ik ga niet akkoord dat de rechtsstaat in Malta in elkaar is gestort", reageerde de Sloveense Tanja Fajon, die betoogde dat de situatie op het eiland niet te vergelijken valt met de "systemische" bedreigingen voor de rechtsstaat in Polen en Hongarije.