May wil controle op internetgebruik

De Britse eerste minister Theresa May wil het internetgebruik door de overheid laten reguleren. Dat staat in een beleidsverklaring van haar Conservatieve Partij, meldt The Independent. Op die manier zou de overheid controle willen krijgen over wat er online gezegd en gedaan wordt.

Op het einde van de beleidsverklaring wordt duidelijk dat de partij grote veranderingen door wil voeren op de manier waarop internet werkt. “Sommige mensen zeggen dat het niet aan de overheid is om te reguleren als het aankomt op technologie en internet. Wij zijn het daar niet mee eens”, is te lezen in de verklaring.

De regering heeft plannen om grote beperkingen in te voeren op wat mensen online kunnen posten, delen en publiceren. In de verklaring staat omschreven dat de plannen Groot-Brittannië zal toelaten om “een globale leider te worden in de regulatie van het gebruik van persoonlijke data en het internet.”

Eerdere wet
Eerder heeft het land een wet aangenomen waarmee de overheid internetbedrijven kan verplichten om de zoekgeschiedenis van hun klanten bij te houden, iets wat voor de wet niet mogelijk was. Dankzij de wet krijgen de ministers ook de macht om berichten op WhatsApp te traceren en te lezen.

De beleidsverklaring refereert ook aan die wet. “De overheid zal nog harder werken om er zeker van te zijn dat er geen veilige plaatsen zijn voor terroristen om online te communiceren.” Hiermee willen ze technologiebedrijven aanmoedigen om achterpoortjes in hun versleutelde berichten (zogenaamde end-to-end encryptie) te voorzien.

Geen porno meer
Het internet lijkt vandaag de dag vooral gecontroleerd door private bedrijven zoals Google en Facebook. May wil daar tegenin gaan door de overheid toe te laten om te beslissen wat wel en niet gepubliceerd mag worden. Zo zouden pornografische websites moeilijker te bereiken worden.

De verklaring suggereert zelfs dat zoekmachines zoals Google niet langer zullen leiden naar zo’n websites. “We zullen een verantwoordelijkheid geven aan de industrie om gebruikers niet, zelfs niet onopzettelijk, te leiden naar haatberichten, pornografie of andere bronnen van kwaad”, staat er in de verklaring.