Indonesië opnieuw getroffen door aardbeving

In de buurt van het Indonesische eiland Sumba, tussen Lombok en Timor, heeft zich deze ochtend een aardbeving voorgedaan met een kracht van meer dan zes. Dat bericht het Amerikaanse geologisch instituut USGS. De aardbeving komt er enkele dagen na de zware aardbeving met een kracht van 7,4, gevolgd door een tsunami, op het eiland Sulawesi. Daarbij kwamen al minstens 844 mensen om het leven.

De aardbeving op Sumba gebeurde omstreeks kwart na zeven lokale tijd, op veertig kilometer van het eiland waar 750.000 mensen leven. Er zijn geen berichten over zware schade of slachtoffers, zo bevestigen de autoriteiten. Enkele gebouwen zouden scheuren vertonen. "De beving werd overal gevoeld. Bewoners vluchtten in paniek hun huizen uit en kinderen waren bang", aldus Martina Djera, hoofd van de civiele bescherming van Oost-Sumba. Er volgden ook nog verschillende, kleine naschokken.

Sulawesi
Op Sulawesi heerst intussen steeds meer chaos. Reddingswerkers hebben een tekort aan zwaar materieel om puin te ruimen en slachtoffers te bevrijden. Overlevenden klagen over een gebrek aan voedsel en brandstof. De Indonesische regering heeft de internationale gemeenschap om hulp gevraagd.

In een kerk in het Sigi-district op Sulawesi zijn vandaag de lichamen van 34 theologiestudenten aangetroffen. De slachtoffers maakten deel uit van een groep van 86 jongeren op Bijbelkamp, die na de aardbeving vermist raakten. Over het lot van hun medestudenten bestaat nog onduidelijkheid.