Duizenden pinguïns gestorven in Nieuw-Zeeland

Duizenden dwergpinguïns zijn de afgelopen maanden gestorven aan de Nieuw-Zeelandse kust. Expert Graeme Taylor van het departement voor de bescherming van de pinguïn zei aan het lokale nieuwsportaal Stuff dat het hoge aantal dode vogels ongewoon is maar niet uitzonderlijk. De massale sterfte van pinguïns komt ongeveer een keer voor in de twintig jaar. De laatste keer gebeurde dat in 1998.

De sterfte wordt volgens Taylor veroorzaakt door veranderende weerpatronen. Tijdens het broedseizoen van de pinguïns was het weerfenomeen El Nino aanwezig, met koud zeewater die rijke voedselvoorraden met zich meebrengen wat leidt tot succesvolle broedsels. Maar toen La Nina aan de beurt kwam in de late lente verwarmde het zeewater snel, waardoor koelere stromingen naar de zeebodem werden gedrukt en daardoor ook de voedselvoorraden.

Volgens het aantal op de stranden aangespoelde dieren zou het gaan om enkele duizenden. Vele pinguïns sterven ook bij hun poging om aan land te geraken om te ruien in deze periode van het jaar.

Te weinig vetreserves
Indien ze niet over voldoende vetreserves beschikken, kunnen ze het twee à drie weken durende proces niet overleven. "Ze komen dan erg verzwakt uit die periode en sterven dan aan een combinatie van cyclonen, offshore stormen en slecht weer wat betekent dat ze de energie niet meer hebben om voedsel te zoeken en te vechten tegen de ruwe oceanen.”

Dwergpinguïns zijn wereldwijd de kleinste pinguïnsoort. Ze leven rond de kuststreken van Nieuw-Zeeland en rond Zuid-Australië en Tasmanië.