Belgische IS-weduwe in Syrië: "Mijn kleintje moet hier weg"

De broer van Fabienne Van Steenkiste, één van de slachtoffers van de aanslag op Zaventem, wil dat ons land kinderen van Syriëstrijders terughaalt. Anders worden zij de volgende generatie terroristen. Hij heeft samen met journalisten van RTL een IS-weduwe kunnen spreken in een kamp in het noorden van Syrië. Ze hoopt dat haar dochtertje van zes naar ons land kan terugkeren.

In het kamp in het noordoosten van Syrië, vlakbij de Iraakse grens zitten 380 IS-vrouwen en hun kinderen opgesloten, gevlucht na de bevrijding van Raqqa en opgepakt door de Syrisch-Koerdische strijdkrachten. Onder hen zijn zes Belgische vrouwen en hun zeven kinderen. Eén van hen laat zich Mina noemen en staat een interview toe, anoniem uit angst voor vervolging.

“Mijn kleintje moet hier weg. Ze moet terug naar school en moet opnieuw een normaal leven krijgen”, vertelt ze. “Hier belet ik haar om een leven te hebben. Ik kan haar niet met andere kindjes laten spelen, en dingen horen zeggen. Ik moet de hele tijd oppassen. Het is heel moeilijk om in deze omstandigheden een kind te laten opgroeien.”

Terug naar België
Een opmerkelijke aanwezige bij het gesprek is Philippe Van Steenkiste, de voorzitter van V-Europe, de vereniging van slachtoffers van terreur. Zijn zus, Fabienne Van Steenkiste kwam in Zaventem om het leven bij de aanslagen van 22 maart 2016. Van Steenkiste vraagt nu dat de Belgische overheid stappen zet om de terugkeer van kinderen van IS-strijders te overwegen.

"Als we de kinderen daar zouden laten, dan wordt het uiteindelijk misschien een gevaarlijke zaak", zegt Van Steenkiste. "Het kind zou namelijk met de IS-ideologie verder opgroeien."

Politieke moed
Philippe Van Steenkiste beseft heel goed dat een terugkeer van kinderen van IS-strijders een groot stuk van de Belgische publieke opinie onverschillig laat. Ten onrechte volgens hem. 

"Ik zie zeer goed dat mensen zeggen: laat ze gewoon daar. Als we dat doen, lopen we het risico dat ze opnieuw een gevaar worden voor ons. Laat ons beheren wat we kunnen beheren, maar dat vraagt natuurlijk politieke moed." 

Geen spijt
Spijt heeft Mina trouwens niet. Ze volgde haar man, zo zegt ze, en zijn ideaal: het oprichten van een nieuw kalifaat.