Vrouwen en kinderen mogen weg uit Homs

De Syrische regering wordt steeds meer onder druk gezet om hulpgoederen toe te laten in de belegerde stad Homs. Het regime en de oppositie voeren onderhandelingen op de vredesconferentie in het Zwitserse Genève, onder leiding van de VN-onderhandelaar Lakhdar Brahimi. Die gesprekken gaan zeer moeilijk, de onderhandelaars proberen ze gaande te houden door het vooral over humanitaire kwesties te hebben.

Het Syrische regime ging er gisteren mee akkoord dat vrouwen en kinderen Homs mogen verlaten. Er werd ook gepraat over het vrijlaten van gevangenen aan beide kanten. Maar de oppositie wil liever praten over het vormen van een overgangsregering. De oppositie houdt vast aan haar eis dat president Bashar al-Assad meteen moet opstappen.

De stad Homs, in het midden van het land, is strategisch heel belangrijk. De troepen van Assad hebben de gebieden rond de stad weer ingenomen, waardoor de rebellen in de stad ingesloten zitten, samen met duizenden inwoners.

De vrouwen en kinderen mogen de stad verlaten, zegt het regime, als de rebellen hen doorlaten. Maar de oppositie vindt dat er vooral humanitaire hulp in de stad moet geraken “zodat de vrouwen en kinderen in hun huizen kunnen blijven en daar voedsel en medicatie kunnen ontvangen. Zij hebben daar recht op”. Ze willen ook garanties dat het regime zijn woord houdt, “want we kunnen hen niet vertrouwen”.

 Ondertussen demonstreren de studenten in Homs, om hun steun te betuigen aan de delegatie van het Syrische regime in Genève. De Syrische televisie toont beelden van demonstranten met de Syrische vlag, en foto’s van president Assad in hun handen.