Nobelprijs voor Vrede naar OPCW

De Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) heeft de Nobelprijs voor de Vrede gewonnen. Dat werd zopas bekendgemaakt in de Noorse hoofdstad Oslo. De OPCW controleert momenteel of de chemische wapens in Syrië worden vernietigd.

De organisatie is gevestigd in het Nederlandse Den Haag, en werkt samen met de Verenigde Naties. Ze is in 1997 opgericht om te controleren of de Conventie tegen Chemische Wapens wordt nageleefd. Daarin staat dat elke lidstaat zijn chemische wapens, en de installaties waar ze worden geproduceerd, moet vernietigen.

Pas vorige maand besliste Syrië om de Conventie te ondertekenen. Dat gebeurde onder internationale druk na de gifgasaanval in de hoofdstad Damascus, eind augustus. Inspecteurs van de OPCW controleren nu of Syrië zich aan de afspraken houdt.

Het Nobelprijscomité wil met de erkenning voor de OPCW bijdragen tot "de wereldwijde vernietiging van chemische wapens." De OPCW wint een gouden medaille, met een waarde van zo’n 900.000 euro.

Voor de Nobelprijs voor de Vrede waren 259 mensen of organisaties genomineerd. De lijst was geheim, maar het Pakistaanse meisje Malala werd als grote kanshebster getipt. De 16-jarige Malala werd vorig jaar in het hoofd geschoten door de Taliban omdat ze zich inzet voor het recht op onderwijs voor meisjes. Zij wint de Nobelprijs nu niet, volgens sommige bronnen omdat ze te jong is.

De afgelopen jaren ging de Nobelprijs voor de Vrede onder meer naar de Europese Unie (2012) en de Amerikaanse president Obama (2009).