Olieramp: bedrijf vernietigde bewijs

Het Amerikaanse bedrijf Halliburton geeft toe dat het bewijsmateriaal heeft vernietigd na de gigantische olieramp op het boorplatform Deepwater Horizon. Halliburton betaalt de maximale wettelijke boete van ongeveer 150.625 euro, en doneert ook vrijwillig 42 miljoen euro aan de milieuorganisatie National Fish and Wildlife Foundation. Het zal ook blijven meewerken aan het onderzoek van de Amerikaanse autoriteiten.
Bij de explosie op het boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico in 2010 kwamen elf mensen om het leven. Honderden miljoenen liters olie stroomden de zee in. Het werd de grootste olieramp in de Amerikaanse geschiedenis.
Halliburton had meegebouwd aan het boorplatform, dat eigendom was van BP. Volgens de Amerikaanse autoriteiten had Halliburton BP aangeraden om 21 metalen ringen te gebruiken bij het cementeren van de bron. BP besloot echter om er maar zes te gebruiken. Nadat de afsluiting het begaf, beval Halliburton zijn medewerkers om alle computersimulaties te vernietigen die het verschil aantoonden tussen zes en 21 metalen ringen. Dat heeft het bedrijf nu toegegeven. Amerikaanse onderzoekers hebben die simulaties nooit meer kunnen recupereren.
BP en Transocean Ltd., de eigenaars van het boorplatform hebben ook al schuldig gepleit op verschillende aspecten van de olieramp. Zij betaalden al respectievelijk 950 miljoen euro en 301.250 euro aan boetes. Zowel Halliburton, BP als Transocean zitten ook nog in een burgerlijke rechtzaak verwikkeld, die de schuldigen moet aanwijzen en de schadevergoedingen voor het olielek moet bepalen.