"EU kan wil niet opdringen aan Hongarije"

De Europese Unie zal op het vlak van immigratie "haar wil niet kunnen opdringen aan Hongarije". Dat heeft premier Viktor Orban verklaard na afloop van het ongeldige referendum over het Europese spreidingsplan voor vluchtelingen.

Orban benadrukte dat "Brussel de wil van 99,2 procent van de kiezers niet kan negeren". Na telling van 99,7 procent van de stemmen blijkt dat 98,3 procent van de kiezers zich tegen de verplichte opvang van asielzoekers in Hongarije kantte. Maar er zou slechts 39,8 procent van de kiezers opgedaagd zijn. Voor een geldig referendum moet minstens de helft van het electoraat een stem uitbrengen.

"Brussel of Boedapest?"
"Brussel of Boedapest, dat was de vraag, en we hebben gekozen voor Boedapest. We hebben beslist dat de vraag over migratie onder de Hongaarse jurisdictie valt", aldus Orban nog, die benadrukt dat hij een "grondwetswijziging wil voorstellen die de wil van het volk weergeeft".

Orban stelde nog dat de 3,29 miljoen mensen die stemden tegen het Europese spreidingsplan, hoger ligt dan de 3,05 miljoen kiezers die in 2003 stemden voor de toetreding van Hongarije tot de Europese Unie. "Dit wapen zal redelijk krachtig zijn in Brussel", zei Orban, die tijdens zijn toespraak geen woord repte over het feit dat het referendum ongeldig is.

"Overwinning van nuchtere verstand"
De premier had zondag al eerder gezegd dat zijn land zich sowieso zou blijven verzetten tegen het spreidingsplan, zelfs wanneer het referendum ongeldig zou blijken.

De oppositie, die had opgeroepen om het referendum te boycotten of om een ongeldige stem uit te brengen, noemt het ongeldige referendum "een overwinning van het nuchtere verstand" en vraagt aan Orban om op te stappen.