Hulp kan Syrië nog steeds niet bereiken

Aan de Turks-Syrische grens staan een veertigtal vrachtwagens met hulpgoederen vast die Syrië niet binnen kunnen. De strijdende partijen kunnen de veiligheid niet garanderen op de toegangswegen naar de Syrische stad Aleppo, klinkt het.

Vermoedelijk leven een miljoen mensen in de ruïnes van Aleppo. Ze wachten op hulpgoederen, maar die raken ondanks het wapenbestand nog steeds niet tot bij hen. De Turkse vrachtwagens staan nochtans al drie dagen klaar, nét over de Syrische grens. Ze kunnen Syrië niet binnenrijden omdat niemand de veiligheid op de toegangsweg naar Aleppo kan garanderen.

De Verenigde Naties zijn intussen de wanhoop nabij. “Kunnen goed doorvoede mensen nu stoppen met het opwerpen van politieke, bureaucratische en procedurele wegversperringen?”, zegt Jan Egeland van de Verenigde Naties. “Dan kunnen de moedige hulpverleners eindelijk de vrouwen, kinderen en gewonde burgers dienen die in de bezette gebieden onder vuur liggen.”

VS laat van zich horen
Ook de Verenigde Staten hebben gereageerd op de vertraging van de humanitaire hulp. De Amerikaanse buitenlandminister John Kerry heeft tijdens een telefoongesprek met zijn Russische tegenhanger Sergej Lavrov "de onaanvaardbare, herhaaldelijke vertragingen van de humanitaire hulp" voor Syrische burgers aangeklaagd.

Kerry zei dat de VS "rekenen op Rusland om invloed uit te oefenen op het regime van Assad". "De minister heeft duidelijk gezegd dat de VS geen militaire coalitie met Rusland zouden opzetten als de voorwaarden van het humanitaire luik van akkoord niet worden nageleefd", zegt Kerry's woordvoerder John Kirby.