Dodental aanslag Syrië loopt op tot 153

Bij nagenoeg gelijktijdige aanvallen met zeven bomauto's in Tartus en Jableh, twee dorpen in Syrisch regeringsgebied, zijn gisteren minstens 153 doden en meer dan 200 gewonden gevallen. Dat meldt de vanuit Groot-Brittannië opererende site Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten (Sohr) en werd bevestigd door het staatspersagentschap Sana.

De dorpen liggen aan de westkust van het land, dicht bij militaire Russische steunpunten: de haven van Tartus wordt door de Russische marine gebruikt en in de buurt ligt ook Hamaimim, de Russische uitvalsbasis voor aanvallen op de terreurorganisaties in Syrië. In Tartus kwamen minstens 50 mensen om, in Jableh 103. Bijna alle dodelijke slachtoffers zijn burgers.

De aanslagen vonden plaats aan taxi- en bushaltes; in Jableh werden ook een elektriciteitsbedrijf en de spoeddienst van een ziekenhuis geviseerd. De kustprovincies Latakia en Tartus zijn sinds 2011 in handen van het regeringsleger. Er waren al aanvallen van oppositionele groepen in het gebied, maar het zijn de ergste aanvallen sinds de start van de Syrische oorlog.

Islamitische Staat (IS) heeft de aanslagen opgeëist, aldus het persbureau Amaq, dat met de radicale terreurorganisatie is gelinkt. "Aanvallen door strijders van Islamitische Staat hebben de opeenhoping van Alewieten (de sjiitisch-religieuze gemeenschap waartoe president Bashar al-Assad behoort) in de steden Tartus en Jableh aan de Syrische kust geviseerd", zo luidde het.