Dossier Strijd tegen IS

IS verliest helft grondgebied in Irak

Terreurorganisatie Islamitische Staat heeft in Irak bijna de helft van zijn veroverde grondgebied verloren, zo blijkt uit schattingen van het Pentagon. Volgens de woordvoerder Peter Cook verloor IS ongeveer 45 procent van zijn veroverde grondgebied in Irak. "Voor Syrië ligt het percentage tussen 16 en 20 procent", aldus Cook.

In juni 2014 lanceerde de terreurbeweging een offensief in Irak, waarbij ze grote delen van het grondgebied ten westen en noorden van Bagdad kon innemen, gevolgd door de inname van de provinciehoofdstad Ramadi in 2015. Sindsdien heroverden het Iraakse leger, milities en Koerdische troepen terrein op IS in het noorden van Irak en in de provincie Al-Anbar. Zo werden onder meer de steden Ramadi en Hit teruggewonnen. Grote delen van Al-Anbar zijn echter nog steeds in handen van IS, met inbegrip van Falluja.

Bovendien slaagt IS er nog steeds dodelijke aanslagen te plegen in de door de federale overheid gecontroleerde gebieden, zoals Bagdad, waar vorige week nog honderd doden vielen bij drie door IS opgeëiste aanslagen.

Strijd om Palmyra verloren
In Syrië heeft IS vooral in het noordoosten van het land terrein moeten prijsgeven, door toedoen van de Syrische Koerden en andere lokale groeperingen die gesteund worden door de internationale coalitie tegen IS. Ook verloor de groep in maart Palmyra in de strijd tegen de door Rusland gesteunde regeringstroepen, al slaagde ze er vorige week in de stad te isoleren door een strategische bevoorradingsroute tussen Homs en Palmyra af te sluiten.