Dossier Aanslagen Brussel

Familielid Abrini werkt niet meer op Zaventem

Een familielid van vermoedelijk de terreurverdachte Mohamed Abrini mag sinds december vorig jaar niet meer werken op de luchthaven van Zaventem. De Nationale Veiligheidsoverheid had over hem een negatief veiligheidsadvies, vanwege een blootstelling via zijn omgeving aan een radicaliserende invloed en "mogelijk zelfs onderwerping". Hij ondernam gerechtelijke stappen, zo blijkt uit een arrest van de Raad van State, maar kreeg nul op het rekest.

Al sinds 2012 werkt het familielid op de luchthaven van Zaventem, bij een bedrijf dat vliegtuigen van brandstof voorziet. Hij had daarom een identificatiebadge die hem in de beveiligde zones toelaat. Op 3 december 2015 mocht hij niet meer binnen en moest hij zijn badge afgeven aan het veiligheidspersoneel. Op 7 december stuurde de Nationale Veiligheidsoverheid een negatief advies door naar de FOD Mobiliteit en Vervoer. Op 8 december meldt de FOD Mobiliteit dat de badge hem wordt geweigerd, een brief die hij op 10 december ontvangt.

Het negatieve advies komt er doordat hij "familiebanden met foreign terrorist fighters heeft". Eén iemand ervan zou in Syrië zijn gestorven en een andere persoon wordt gezocht voor de aanslagen in Parijs. Hij zou "gezien de evolutie in de familiale en gemeenschappelijke omgeving aan radicaliserende invloed blootstaan" en "mogelijk zelfs onderworpen worden", waardoor die "invloed onverenigbaar is met de waarborg van de veiligheid van de luchthaveninstallaties en van hun gebruikers". Het negatieve advies vermeldt echter geen elementen die zouden wijzen op effectief verdachte gedragingen, gevaarlijke beïnvloeding of radicalisering.

De man ging in beroep tegen het negatieve advies bij het Beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. Maar zijn beroep werd op 4 maart onontvankelijk verklaard, nadat het Beroepsorgaan had geargumenteerd dat het beroep niet tegen het negatief advies zelf zou zijn gericht, maar tegen de beslissing vanuit de FOD Mobiliteit van 8 december. De man betwist dat zelf.

Omdat hij morele schade zou lijden en zijn job dreigde te verliezen, was de man al op 2 maart naar de Raad van State gestapt, om hoogdringend de tenuitvoerlegging van de beslissing van de FOD Mobiliteit te schorsen. De rechtbank ging daar niet op in, zo blijkt uit een arrest van 15 maart, omdat hij te traag zou hebben gehandeld. 

Marc Uyttendaele, de advocaat van de man, was voorlopig niet bereikbaar voor commentaar. Mohamed Abrini wordt gezocht sinds de aanslagen in Parijs, nadat hij twee dagen voor de aanslagen samen met Salah Abdeslam was gefilmd in een tankstation, op weg naar Parijs. Zijn jongere broer Souleymane kwam om in Syrië.