Karadzic krijgt 40 jaar cel

Radovan Karadzic, de leider van de Bosnische Serviërs tijdens de Bosnische burgeroorlog (1992-1995) is donderdag door het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag veroordeeld tot veertig jaar cel wegens volkerenmoord in Srebrenica en oorlogsmisdaden elders in het land.

Karadzic is volgens het tribunaal als opperbevelhebber van de Bosnisch-Servische republiek verantwoordelijk voor de "systematisch en strak georganiseerde moord op mannen en jongens in Srebrenica". Ook toen hij daarvan in militaire dagrapporten nogmaals kennis had genomen, vaardigde hij volgens het tribunaal geen bevelen uit om het moorden te stoppen.  Volgens het tribunaal had Karadzic "als president en opperbevelhebber als enige de mogelijkheid om te interveniëren en het doden te stoppen".  In juli 1995 werd, blijkt uit het vonnis, het elimineren van de mannelijke bevolking van Srebrenica herhaaldelijk besproken door de legerleiding. 

Het tribunaal acht de voormalige president van de Bosnisch-Servische Republiek schuldig aan tien van de elf aanklachten wegens genocide, misdaden tegen de menselijkheid en andere oorlogsmisdrijven. Volgens de Zuid-Koreaanse rechter O-gon Kwon was er onvoldoende bewijs dat Karadzic verantwoordelijk is voor genocide in een aantal oost-Bosnische steden. Wel wordt hij verantwoordelijk gehouden voor misdaden tegen de menselijkheid en etnische zuivering in die gebieden van Bosnische Kroaten en Bosnische moslims. Hij wordt eveneens schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden als het gaat om de belegering van Sarajevo. 

Praktisch levenslang
De straf die de Zuid-Koreaanse rechter Kwon O-gon hem namens het tribunaal oplegde, staat praktisch gezien gelijk aan levenslang. De zeventigjarige politicus en psychiater komt waarschijnlijk nooit meer vrij. De aanklager had in 2014 levenslang tegen Karadzic geëist.