"Doorbraak van de eeuw" in astrofysica

De wetenschappelijke wereld staat op zijn kop. Voor het eerst zijn er zwaartekrachtsgolven waargenomen, een fenomeen dat Einstein honderd jaar geleden al voorspelde. Al die tijd zochten wetenschappers naar een manier om ze waar te nemen, nu is dat effectief gebeurd. Maar over wat gaat het eigenlijk?

Honderd jaar geleden formuleerde Albert Einstein zijn relativiteitstheorie. In die theorie sprak hij al over zwaartekrachtsgolven of trillingen in de ruimtetijd.

Hoe werkt de ruimte?

Om te begrijpen over wat het gaat is het belangrijk te beseffen dat de ruimte geen grote leegheid is, maar een soort weefsel. Alles in de ruimte vervormt dat weefsel, door de zwaartekracht. Hoe zwaarder het object, hoe groter de vervorming. Stel je een bowlingbal voor die op een trampolinezeil ligt. Het zeil gaat doorhangen waar de bal ligt.

Wat zijn de zwaartekrachtsgolven?

Nu kan dat weefsel ook heel kortstondig vervormd worden. Stel je een plas water voor waar plots een steentje in geworpen wordt: er ontstaan rimpels op het wateroppervlakte. Net hetzelfde gebeurt er in de ruimte bij een gebeurtenis waar enorme massa’s mee gemoeid zijn. Een ontploffing van een ster of de botsing van twee zwarte gaten bijvoorbeeld. Het ruimteweefsel gaat trillen door die gebeurtenis. Op dat moment spreken we over zwaartekrachtsgolven.

Waarom nog niet waargenomen?

Toch zijn ze nauwelijks waarneembaar. Door de enorme wijdheid van de ruimte zijn die trillingen heel zwak. Daarom dat er al honderd jaar naar gezocht wordt, tot nog toe zonder succes. Enkel de sterkste meetinstrumenten kunnen ze mogelijk waarnemen. Op aarde staan er zo twee: de Ligo in de VS en de Virgo in Italië. Niet toevallig wordt de aankondiging vandaag op die twee plaatsen gedaan. Daar worden al jaren lasers afgevuurd in kilometerslange tunnels. Die lasers worden constant gemeten. Een afwijking in die lasers kan wijzen op een zwaartekrachtsgolf.

Wat is het belang ervan? 

De waarneming van zwaartekrachtsgolven zou de wetenschappelijke wereld op zijn kop zetten. De volledige astrofysica zou op een heel andere manier naar het heelal kijken. Tot nog toe wordt alles bestudeerd via lichtdeeltjes. Maar lichtdeeltjes worden op heel veel plaatsen tegengehouden. Zoals licht niet door een muur gaat bijvoorbeeld, waardoor we niet door die muur kunnen kijken. Voor de kennis over plaatsen in de ruimte waar geen licht is, zoals zwarte gaten, is deze ontdekking dus enorm. En ook voor de studie over het ontstaan van het heelal is dit belangrijk. Nu kunnen wetenschappers een heel eind terug in de tijd kijken, maar van het prille begin is nauwelijks kennis. Uit die periode ontsnapt namelijk geen licht. Door middel van die zwaartekrachtsgolven heb je toch een instrument om daar binnen te kijken.