De Koreaanse bom: drie vragen

De mogelijke waterstofbom van Noord-Korea roept heel wat vragen op. Wij geven een antwoord op de drie belangrijkste vragen.

Wat is een waterstofbom?

Een waterstofbom, of H-bom, is een atoombom die werkt met zowel kernsplijting als kernfusie. Daarin verschilt de waterstofbom van een “traditionele” atoombom zoals die in Hiroshima en Nagasaki, die enkel werkt met een kernsplijting. Een waterstofbom gebruikt eigenlijk de explosie van een gewone atoombom om een tweede, veel krachtigere explosie te krijgen.

De eerste waterstofbom werd tot ontploffing gebracht in 1952. Het ging toen om een test van de Amerikanen. De bom had een kracht van 10 megaton en dat is meer dan alle bommen die de geallieerden gebruikten in de Tweede Wereldoorlog samen.

De krachtigste waterstofbom ooit had een kracht van 50 megaton. Het was de krachtigste explosie ooit door de mens veroorzaakt. De bom was meer dan 3.000 keer krachtiger dan de atoombom op Hiroshima, waarbij 78.000 mensen stierven.

Moeten we ons zorgen maken?

Noord-Korea is een van de grootste legermachten ter wereld, na China, de VS en India. De Koreaanse dictator Kim Jong-un dreigt ook vaak met die militaire macht, vooral dan tegenover aartsvijanden Amerika en Zuid-Korea. In oktober vorig jaar beschuldigde hij de VS er nog van een oorlog te willen uitlokken.

Het is ook niet de eerste keer dat Noord-Korea kernproeven uitvoert. In 2006, 2009 en 2013 deed Noord-Korea al nucleaire proeven met wisselend succes. De proeven werden telkens veroordeeld door het westen.

Langs de andere kant is het niet zeker of Noord-Korea wel effectief een waterstofbom heeft. Zo’n bom is zeer moeilijk te maken en de Koreaanse kernproeven waren niet altijd succesvol. Bovendien hebben Zuid-Koreaanse onderzoekers de impact van de bom gemeten als 6 kiloton, een heel pak minder krachtig dan wat normaal van waterstofbommen verwacht wordt.

Waar zitten de andere kernmachten?

Op dit moment zijn er acht landen die officieel over nucleaire wapens beschikken. Naast Noord-Korea zijn dat de VS, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, China, India en Pakistan. Daarnaast wordt ook vermoed dat Israël over kernwapens beschikt.

(Bron: Wikipedia)

De eerste vijf hebben het Non-Proliferatieverdrag getekend (de landen in het blauw). In dat verdrag staat dat enkel die landen over kernwapens mogen beschikken en dat ze die niet mogen inzetten tenzij ze zelf met kernwapens worden aangevallen. Dat verdrag werd niet ondertekend door India, Pakistan, Noord-Korea (in het rood), Israël (in het geel) en Zuid-Soedan.

De landen in het groen zijn Wit-Rusland, Kazachstan, Oekraïne, Zuid-Afrika en Canada. Zij hadden vroeger kernwapens, maar nu niet meer. De landen in het donkerblauw (België, Duitsland, Nederland, Italië en Turkije) hebben opslagplaatsen voor Amerikaanse kernwapens in opdracht van de NAVO.