Officieel einde van eenkindpolitiek

China heeft officieel een einde gesteld aan de omstreden eenkindpolitiek die meer dan dertig jaar gold. Er is een wet afgekondigd waardoor het voor alle getrouwde koppels mogelijk wordt om een tweede kind te krijgen. China hoopt daarmee het hoofd te bieden aan de snelle vergrijzing en met extra werkkrachten de sputterende economische motor weer aan te zwengelen.

De eenkindpolitiek dateert van het einde van de jaren 70 en was bedoeld om de bevolkingsgroei onder controle te krijgen. Er werden 400 miljoen geboortes vermeden. Er waren wel uitzonderingen op de eenkindpolitiek: etnische minderheden bleven grotendeels gespaard, en in landelijke gebieden mochten koppels een tweede kind hebben als het eerste een meisje was.

Laattijdige abortus
De eenkindpolitiek veroorzaakte veel problemen. De zogenaamde commissie voor familiale planning die het beleid stuurde, greep vaak naar omstreden methodes als gedwongen sterilisatie en laattijdige abortus. Door de eeuwenoude en diep in de Chinese maatschappij verankerde voorkeur voor zonen was er ook sprake van kindermoorden. Een en ander leidde tot zware onevenwichten: in 2014 werden 116 jongens geboren voor 100 meisjes, voor een totale verhouding in de bevolking van 105 mannen voor 100 vrouwen.

Onevenwicht
Peking kondigde eind oktober verrassend het einde aan van de eenkindpolitiek. Behalve het onevenwicht tussen mannen en vrouwen stelt de snelle vergrijzing de autoriteiten voor enorme uitdagingen. China heeft de grootste bevolking ter wereld met 1,37 miljard inwoners.

Beleid versoepeld
Twee jaar geleden werd het beleid al enigszins versoepeld. Koppels kregen toen de toelating om twee kinderen te hebben als een van de ouders zelf enig kind was. Experts zeggen dat de beslissing te laat komt om de vergrijzing te keren.