Onderzoek naar Geert Wilders

Het Openbaar Ministerie in Oostenrijk is een onderzoek begonnen naar de Nederlandse rechts-populistische politicus Geert Wilders op verdenking van opruiing. De leider van de Partij voor de Vrijheid (PVV) had de Koran vergeleken met het boek "Mein Kampf" (Mijn strijd) van de voormalige Duitse dictator van Oostenrijkse komaf Adolf Hitler, de drijvende kracht achter de Holocaust. Ook eiste Wilders een verbod op het heilige boek van de islam tijdens een bijeenkomst van de rechts-populistische FPÖ in Wenen op 27 maart. Gegriefde moslims deden daarop aangifte.

Volgens de belangenorganisatie Initiatief van Islamitische Oostenrijkers/rijksen (IMÖ) heeft Wilders zich behalve aan opruiing schuldig gemaakt aan het denigreren van godsdienstige leerstellingen en aan schending van het verbod op het doen herleven van nazistisch gedachtegoed.  "De bedreiging van Europa" luidde het thema van de redevoering van Wilders in de Hofburg, de voormalige residentie van de Habsburgers in Wenen, waar nu onder meer de kantoren van de Oostenrijkse president zijn gevestigd.

FPÖ-leider Heinz-Christian Strache, die het evenement had georganiseerd, volgde Wilders' speech "met toestemming en vaak met applaus", aldus ooggetuigen. Het OM opent echter geen strafrechtelijk onderzoek tegen de Oostenrijkse partijleider, mede omdat er geen aanwijzingen zijn dat hij met Wilders van tevoren over de inhoud van de toespraak heeft overlegd, aldus het Oostenrijkse persbureau APA.