Te veel papierwerk voor jeugdbeweging

Jeugdbewegingen hebben het hoe langer hoe moeilijker om zomerkampen te organiseren. Door allerlei regeltjes moeten ze soms tot veertig uur spenderen aan administratieve taken. En zo kan de leiding veel minder tijd vrijmaken voor de voorbereiding van de activiteiten en inkleding van het kamp. Vlaams minister van Jeugd Sven Gatz zegt dat de jeugdbewegingen aan hem een bondgenoot hebben. Samen met zijn collega voor Toerisme Ben Weyts bereidt Gatz een Masterplan Bivakplaatsen voor.

Jaarlijks trekken 250.000 kinderen en jongeren met de jeugdbeweging op kamp. Een onderzoek van het Agentschap Informatie Vlaanderen bevestigt dat het steeds moeilijker wordt kampen te organiseren omdat de leiding te veel tijd moet steken in onrealistische kampreglementen en administratieve overlast. In het beste geval nemen die taken vier uur in beslag, soms kan het oplopen tot veertig uur. "Ten eerste is er veel lokale regelgeving en worden er veel administratieve taken geëist van de kamperende jeugdgroep. Bovendien weet de gemeente vaak zelf niet bij welke diensten een groep met een vraag terecht kan. Tweede belangrijke factor is de mate waarin een kampeigenaar de groepen ondersteunt in het uitvoeren van die administratieve taken en het aanleveren van informatie," zegt Pieter Monsart van FOS Open Scouting.

Bepaalde gemeenten durven ook verregaande eisen opleggen aan de kampuitbaters. De jeugdbewegingen pleiten er voor dat gemeenten eerder inzetten op een goed onthaalbeleid in plaats van te zwaaien met dwingende reglementen. De bewegingen krijgen bijval van minister en oudscout Sven Gatz. "Ik besef maar al te goed dat jeugdbewegingen geen nood hebben aan regelzieke lokale besturen. Er bestaan al regeltjes genoeg", zegt de Open Vld'er. Ook zijn Toerismecollega Ben Weyts (N-VA) vindt dat lokale besturen meer bereiken met een goed onthaalbeleid dan met overdreven regels. Beide ministers bereiden momenteel, samen met het jeugdwerkveld, een Masterplan Bivakplaatsen voor.