Geweld bij Duitse (tegen-)betogingen

Bij drie betogingen in verschillende delen van het Duitse Wuppertal, van salafisten, extreemrechts, de Pegida-beweging en anti-racistische organisaties, is het zaterdagnamiddag tot schermutselingen gekomen. Bij de betoging van Pegida en extreemrechts hadden gemaskerden met flessen en vuurwerk naar de politie gegooid. Ook toen de politie deelnemers van de salafistische betoging wilden fouilleren, kwam het tot geweld.

De oprichter van Pegida, Lutz Bachmann, had zijn aanhangers eerder opgeroepen kalm te blijven. "Verniel nu niet alles", zei hij voor hij een einde maakte aan de betoging. De drie betogingen kregen, vanwege het gewelddadig gedrag van sommige betogers, geen toestemming om door de straten van de stad te stappen, en moesten op hun verzamelpunt blijven.

Er was voor geweld gevreesd tussen extremistische moslims en hun extreemrechtse tegenstanders. De politie zette meer dan 1.000 manschappen in om de betogingen de baas te kunnen. Vooraf had de politie het over een "ongeziene dag van protest in Duitsland".

De opkomst lag echter lager dan de 3.000 deelnemers die de organisaties verwacht hadden. Pegida trok ongeveer 1.000 betogers, in plaats van de verwachte 2.000. Bij de salafisten waren het er 100 in plaats van 400. Op de betoging waartoe anti-racistische organisaties hadden opgeroepen was er dubbel zoveel volk als verwacht: zowat 700 mensen.

Bij een gelijkaardige betoging, eind oktober in Keulen, van Hooligans Tegen Salafisme was het ook al tot zware rellen gekomen, waarbij 44 agenten gewond raakten. In Solingen en Bonn, net als Wuppertal ook in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, hadden salafisten en politie ook al straatgevechten gevoerd.