60.000 vluchten uit Myanmar naar China

Ongeveer 60.000 Myanmarezen zijn naar China gevlucht om het geweld tussen regeringstroepen en rebellen te ontlopen. Dat meldde Li Jiheng, partijleider van de zuidwestelijke provincie Yunnan, op het Volkscongres in Peking. De vluchtelingen werden opgenomen in de grensstad Lincang en krijgen bijstand in de vorm van voedsel, drinkwater en medicijnen. De grens in Lincang wordt streng gecontroleerd, maar is niet gesloten, zei Li, aangehaald door het persagentschap Xinhua.

China beschouwt het conflict tussen de overheid en de uit China afkomstige Kokang-minderheid als een interne aangelegenheid van het buurland en heeft "niet de intentie" te interveniëren. Begin februari is de strijd in de regio Shan weer opgeflakkerd. Bij het geweld sneuvelden tientallen soldaten en opstandelingen. De Kokang-rebellen willen een vroeger autonome regio heroveren.

Myanmar, het vroegere Birma, is recentelijk door de "internationale gemeenschap" in de armen gesloten na beloftes van "democratisering". Het militaire regime kampt nog met een ander probleem, de moslimminderheid van de Rohingya. De regering van het overwegend boeddhistische land probeerde dat probleem aan te pakken door honderdduizenden statenloze Rohingya-vluchtelingen burgerrechten toe te kennen, maar dat stootte op verzet van de Saffraanbeweging van de voormalige dissidente Aung San Suu Kyi, leidster van de prowesterse partij Nationale Liga voor de Democratie (NLD).