Elke minuut 7 meisjes besneden

Elke minuut worden 7 meisjes besneden. De meeste slachtoffers zijn tussen 5 en 15 jaar oud. Dat blijkt uit cijfers van Plan België, de ngo die zich inzet voor de meest kwetsbare kinderen uit het Zuiden en vrouwenbesnijdenis bestrijdt. Meestal zijn de meisjes afkomstig uit Afrika en het Midden-Oosten, leven ze op het platteland en gaan ze niet naar school.

Wat is vrouwenbesnijdenis?

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn wereldwijd zo’n 130 tot 140 miljoen meisjes slachtoffer van genitale verminking. Vrouwenbesnijdenis omvat de praktijken die ervoor zorgen dat de vrouwelijke geslachtsorganen gedeeltelijk of volledig verwijderd of beschadigd worden wegens niet-medische redenen. Het gaat om een ernstige schending van de mensenrechten.

Waar komt besnijdenis voor?

In veel Afrikaanse landen zoals Egypte, Ethiopië en Nigeria, is de besnijdenis van de vrouwelijke geslachtsorganen een socio-culturele gewoonte en luidt de traditie dat besnijdenis ervoor zorgt dat een meisje huwbaar is.

Wat zijn de gevolgen?

Het gaat om een erg pijnlijke ingreep die bovendien levensgevaarlijk is. Zo kunnen er infecties of hevige bloedingen optreden. De meisjes lijden niet alleen onder de lichamelijke problemen, maar ook onder de psychologische problemen die de verminking met zich meebrengt.

En in België?

Ook in ons land worden meisjes slachtoffer van besnijdenis. Het geschatte aantal bedraagt 13.000, dat blijkt uit cijfers van o.a. Fedasil en Kind & Gezin. Meestal zijn ze afkomstig uit landen waar de praktijk vandaag nog gangbaar is. Gisteren werd er door GAMS-België (Groep voor de uitbanning van vrouwelijke genitale verminking) en de vzw INTACT een preventiekit voorgesteld die ervoor moet zorgen dat hulpverleners gemakkelijker toegang zouden hebben tot de bestaande preventietools in België (zo zit er bijvoorbeeld een gids in om gesprekken met meisjes en hun families te vergemakkelijken).

Internationale Dag tegen vrouwenbesnijdenis

Naar aanleiding van de Internationale Dag tegen vrouwenbesnijdenis, roepen hulporganisaties op om een eind te maken aan genitale verminking. Volgens Ban Ki-Moon, de secretaris-generaal van de VN, spelen deze organisaties een belangrijke rol, maar is verandering nodig vanuit de gemeenschappen zelf. Het doorbreken van het taboe en de mythes rond vrouwenbesnijdenis, vindt hij een stap in de goede richting.