Kloof arm en rijk grootst in 30 jaar

Nog nooit in dertig jaar is de kloof tussen rijk en arm zo uitgesproken geweest in het merendeel van de lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Dat blijkt uit een werkdocument dat vandaag verscheen. In België is de ontwikkeling van inkomensongelijkheid beperkter. De OESO wijst onder meer op de belastingen om ongelijkheid aan te pakken.

De 10 procent rijksten van de bevolking van de OESO-leden krijgt vandaag 9,5 keer het inkomen van de 10 procent armsten. In 1980 was die verhouding nog 7:1. Die tendens weegt volgens de organisatie gevoelig op de economische groei.

De globale groei van die ongelijkheid - die in 16 lidstaten opliep tussen 1980 en 2012 - wordt getrokken door de rijkste 1 procent, maar het belangrijkste wat betreft groei zijn volgens de OESO de gezinnen met een bescheiden inkomen die hun achterstand groter zien worden. "Dat legt zich onder meer uit door het feit dat mensen uit benadeelde kringen niet genoeg in hun opleiding investeren", aldus de organisatie.

In België kende de kloof tussen rijke en arme huishoudens een eerder zwakke groei, terwijl de kloof in de Verenigde Staten, Finland, Israël, Nieuw-Zeeland en Zweden het meest gegroeid is. Enkel in Griekenland en Turkije daalde de ongelijkheid licht.

Deskundigen van de OESO bevelen aan om ongelijkheid te bestrijden via belastingen en transfers, voor zover die maatregelen goed doordacht en uitgevoerd worden. In dit verband moeten de inspanningen bij een herverdeling zich richten op de gezinnen met kinderen en jongeren, en de ontwikkeling van competenties en levenslang leren aanmoedigen, aldus nog de OESO.