"Oorsprong HIV ligt in Kinshasa"

De wereldwijde verspreiding van het HIV-virus, dat tot dusver reeds 75 miljoen mensen besmet heeft, is gestart vanuit Kinshasa. Daar dook de gemeenschappelijke voorouder van de ziektegroep zeer waarschijnlijk rond 1920 op. Dat blijkt uit een reconstructie door een internationaal team, geleid door wetenschappers van de KU Leuven en Oxford University, van de genetische geschiedenis van de HIV-1 groep M, de voor de mens heel besmettelijke variant.

Het is bekend dat HIV ten minste 13 keren werd overgedragen van primaten en apen op mensen en dat het de overdracht was die leidde tot de HIV-1 groep M die aan de basis ligt van de wereldwijde epidemie. Naar de toedracht achter de snelle verspreiding bleef het echter gissen. Eerder werd gedacht dat deze het gevolg was van demografische groei of genetische verschillen tussen de HIV-1 groep M en andere ziektestammen van HIV, maar volgens onderzoekers zijn eerder sociale factoren in Kinshasa doorslaggevend geweest.

Ze verwijzen hierbij onder meer naar het gigantische Congolese netwerk van spoorlijnen en waterwegen dat zich vanuit Kinshasa vertakt. "De genetische data vertellen ons dat deze HIV-variant, meereizend met mensen langs spoor- en waterwegen, zich heel snel verspreidde doorheen de Democratische Republiek Congo. Zo bereikte hij aan het eind van de jaren '30 en in de vroege jaren '50 Mbuji-Mayi en Lubumbashi in het uiterste zuiden en Kisangani in het verre noorden. Wellicht met de Congolese onafhankelijkheid in 1960 maakte het virus de overstap van kleine groepen naar de ruimere bevolking om uiteindelijk de hele wereldbevolking te bereiken", aldus Nuno Faria (Oxford).