Jack the Ripper was een Poolse immigrant

Jack the Ripper was een Poolse immigrant, genaamd Aaron Kosminski, die op het ogenblik van de feiten 23 jaar oud was. Dat heeft de Britse krant The Mail On Sunday bekendgemaakt. Daarmee is een van de grootste mysteries in de Britse misdaadgeschiedenis opgelost.

Gedurende 126 jaar zijn talloze artikels in kranten en tijdschriften, wetenschappelijke en pseudo-wetenschappelijke boeken, en films gewijd aan de mythische seriemoordenaar die in de herfst van 1888 tenminste vijf keer toesloeg in het prostitutiemilieu van Oost-Londen. De doorbraak is er gekomen dankzij de moderne wetenschap: een DNA-spoor op een sjaal leidde tot de identiteit van de dader. De sjaal met bloedvlekken (zowel van het slachtoffer als van de moordenaar) werd gevonden op het lichaam van Catherine Eddowes.

Wetenschappers onderzochten het DNA-staal en vergeleken het met DNA-materiaal van afstammelingen van de vermoedelijke dader Kosminski en afstammelingen van het slachtoffer Eddowes. Dat leidde uiteindelijk tot de doorbraak.

Kosminski was afkomstig uit het Poolse stadje Klodawa. Hij emigreerde omwille van de Russische pogroms in 1881 naar Engeland en vestigde zich met zijn gezin in de wijk Whitechapel, de wijk waar de Ripper-moorden plaatsvonden. Volgens zijn immigratiepapieren was zijn beroep kapper.

Hij was een van de verdachten van de Ripper-moorden, maar de politie slaagde er niet in om dit te bewijzen en kon hem dus niet voor de rechter brengen. Omwille van psychische problemen werd hij opgesloten in een ‘gekkenhuis’, het Colney Hatch Lunatic Asylum. Hij verbleef in verschillende instellingen voor zwakzinnigen, tot zijn dood in 1919. Hij werd 53 jaar oud.