Blog: VTM NIEUWS in ebolagebied

Reporter Robin Ramaekers reist voor VTM NIEUWS naar de Liberiaanse hoofdstad Monrovia. In Liberia zijn al meer dan duizend mensen besmet met het dodelijke ebolavirus. In deze blog lees je zijn ervaringen en indrukken. 

31 augustus 2014 - Artsen Zonder Grenzen

"We nemen enkel nog dode mensen op". De woorden van Emergency Field Coördinator Stefan Liljegren zinderen lang na. De verantwoordelijke van het veldhospitaal van Artsen Zonder Grenzen bedoelt dat er voor levende mensen geen plaats meer is. De maximumcapaciteit van 120 patiënten werd bij de opening van het nieuwe ebola-veldhospitaal afgelopen weekend onmiddellijk bereikt. Dode ebola-patiënten nemen geen plaats in. Ze worden vakkundig, en vooral voorzichtig, door lokale medewerkers ontsmet en in lijkzakken gestoken. En vervolgens naar het crematorium gebracht.

Levende, of half levende patiënten vragen een stuk meer zorgen. En daar is geen ruimte voor, en geen tijd. Artsen Zonder Grenzen zit op haar tandvlees in Liberia. Het is vechten tegen de bierkaai. Het grootste ebola-veldhospitaal dat ze ooit bouwden, blijkt veel te klein te zijn. Overal rondom de zone waar de 120 gebruikte bedden zich bevinden, worden nieuwe tenten opgezet. Het doel is om binnen de week naar 400 bedden te groeien. En nog zal het niet voldoende zijn ...

Een oude vrouw wordt in een kruiwagen door het kamp gereden. Een ploeg hygiënisten staat haar op te wachten. Ze wordt van kop tot teen besproeid met ontsmettingsmiddel. Haar kleren, haar kussen, alles. Pas als ze haar optillen en in een zak leggen, besef ik dat de vrouw dood is. Een pick-up parkeert naast de kruiwagen. In de laadbak ligt een tienjarige jongen. Dood. Het zijn onwezenlijke taferelen, een choreografie van geel met witte in plastic verpakte mannetjes die alles voortdurend ontsmetten.

De verhalen van de hulpverleners grijpen naar de keel. Het is een bovenmenselijke inspanning die ze leveren, in onmenselijke omstandigheden. Bij 30 graden in een dubbel gelaagd plastieken pak, met handschoenen, bril en masker mensen verzorgen die het waarschijnlijk niet zullen overleven. Het is een uitdaging.

Anneli is een Zweedse verpleegster die voor het eerst in haar leven met ebola wordt geconfronteerd. Ze komt zwetend en puffend uit de ontsmettingszone, na een lange shift. Normaal gezien is een uur in de gevarenzone het maximum dat wordt toegestaan. Anneli heeft er bijna dubbel zo lang op zitten. Er was ook zo veel te doen, zegt ze.

Het typeert de soldaten van de frontlinie van het gevecht met het ebola-virus. Ondanks het feit dat er voorlopig absoluut geen overwinning in zicht is, blijven ze gaan, tot ze er bij neervallen. In het geval van Anneli, met de glimlach. "Ach, het valt wel mee, het is toch minder warm dan gisteren ...". Ze heeft net een meisje van vier proberen te doen eten. Het kindje is haar mama de nacht tevoren verloren. Ze is ziek, en ze is alleen. In het grootse ebola-veldhospitaal van Liberia. Dat veel te klein blijkt te zijn.

Robin Ramaekers

29 augustus 2014 - West Point, Monrovia

West Point is de drukst bevolkte buurt van Monrovia. Nog geen kilometer van de Amerikaanse ambassade en de duurste hotels van de hoofdstad. Meer dan 70 000 mensen wonen er op een hoopje, met aan drie zijden de zee, en aan één kant een toegangsweg. Die weg wordt al meer dan tien dagen hermetisch gesloten gehouden. Enkel politie, hulpverleners en journalisten mogen zich naar binnen en ook weer naar buiten begeven.

De Liberiaanse overheid heeft West Point onder quarantaine geplaatst, omdat het beschouwd wordt als een broeihaard van ebola. Het ziekenhuis van de buurt werd op 17 augustus overvallen door boze, en vooral angstige buurtbewoners die van ebola niets begrijpen, en van ebola liefst niets willen weten. De patiënten werden “bevrijd”, de uitrusting gestolen. “De ziekte bestaat niet, en zeker niet in onze buurt!”, zo klinkt het ook vandaag nog van achter het cordon.

Eenmaal we zelf de buurt binnen mogen, krijgen we wel onmiddellijk van iemand te horen dat er lijken opgeslagen liggen in een klein huisje, in een steeg, net om de hoek. “Veilig achter slot en grendel”. Niemand bekommert zich erom. De buurtbewoners niet, de overheid niet. In het ziekenhuis van West Point, nog een teken dat de angst in de wijk – en die op veel plaatsen in Liberia – typeert: er ligt welgeteld één patiënt op een matje op de grond. Hij wordt regelmatig bespoten met chloride door een man in een beschermend pak. Er is één verpleger, die bevestigt dat er niet veel mensen worden binnen gebracht hier. Het taboe is te groot.

Zieke mensen worden thuis verstopt, dode mensen worden gedumpt of in een verlaten huis gestapeld. Het ziekenhuis staat voor veel mensen symbool voor de dood. Als je daar naartoe gaat, word je ziek. “Ebola bestaat niet, of toch niet in West Point”. Ook in ons land bestaat er rond ebola veel angst. Een beetje zoals hier, maar dan van op (grote)afstand. Het ultieme exotische horror-virus, dat iedereen willekeurig doodt. Meer fictie dan realiteit.

Enkele vuistregels over ebola:

  1. Het virus kan enkel worden overgedragen door direct contact met bloed, en lichaamssappen: urine, zweet, sperma, speeksel
  2. Enkel een besmet persoon die de ziektesymptomen vertoont, kan een andere persoon besmetten – iemand die hoge koorts heeft dus, bloed braakt, hevige krampen heeft, etc …
  3. Het virus overvalt je niet zo maar, zoals een epidemioloog van Artsen Zonder Grenzen me vertelde: zowat iedere besmette patiënt weet heel goed waar, of door wie, hij besmet is geraakt

Je kan je dus goed beschermen tegen het virus door je handen regelmatig goed te wassen met zeep, door lichamelijk contact te vermijden, en door geen zieke of overleden ebola-patiënten te dicht te naderen zonder gepaste beschermende kledij. Wat je wanneer draagt hangt af van de risico-inschatting. Te dicht wil zeggen, dicht genoeg om rechtstreeks in contact te komen met bovengenoemde “lichaamssappen”.  Je wordt niet besmet gewoon door hier te zijn, en met mensen te praten. Gelukkig maar.

De volgende vraag die heel wat mensen zich stellen: moeten journalisten nu echt ter plekke verslag gaan uitbrengen van zo’n akelige ziekte? Volgens mij, en gelukkig heel wat collega’s hier met mij, absoluut zeker wel. Om opnieuw Artsen Zonder Grenzen te citeren: “de internationale hulp is chaotisch en schiet tekort.” Of nog: “we zijn Artsen zonder Grenzen, maar niet zonder grenzen aan onze middelen”.  De crisis overstijgt dan ook ruimschoots de beschikbare middelen op dit moment. De WHO schat dat er 100 miljoen euro nodig zal zijn om de verspreiding in de regio een halt toe te roepen. Veel geld voor een “arme-mensen-ziekte”.

Om dat soort geld vrij te maken, moet de publieke opinie een stuk meer wegen op het debat. En laat de manier om de publieke opinie wakker te schudden nu net zijn door verslag uit te brengen vanop het terrein. Door duidelijk te maken wat ebola is, en wat het niet is. Door de mensen hier in Liberia aan de mensen thuis in Vlaanderen, te laten vertellen wat ebola voor hen betekent. Het is met ebola niet anders dan met oorlogsverslaggeving: een verhaal zonder gezicht, is een verhaal dat makkelijk aan de kant wordt geschoven.

Ebola verdient aandacht, Liberia verdient aandacht. En middelen. En liefst nog veel meer dan nu het geval is.

Robin Ramaekers

28 augustus 2014 - Monrovia, Liberia

Deze reportage maakte Robin Ramaekers in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia.

28 augustus 2014 - Monrovia, Liberia

Het is 9 uur in de ochtend in Monrovia. Het is grijs, het regent en het is broeierig warm. En er is weinig beweging op straat. Afgelopen nacht zijn we met Air Maroc geland. Handen wassen op de tarmac, voor we het luchthavengebouwtje binnen mogen. Twee vrouwen in volledige ebola-outfit (witte overal met kap, skibril, mondmasker, plastic handschoenen) nemen de temperatuur van elke passagier, met een soort van digitaal scannertje. We hebben geen koorts, we mogen erdoor.

Prince, onze fixer, staat ons op te wachten. Handjes geven is er niet bij. Niemand raakt hier nog iemand aan. Je weet nooit of je te maken hebt met een besmet iemand of niet. Als je al weet of je zelf besmet bent, of niet...

De weg van de luchthaven naar de hoofdstad is lang en eenzaam. Er is gewoon niemand op de weg. Enkel een 4x4 van Artsen Zonder Grenzen voor ons. Tussen 9 uur 's avonds en 6 uur 's ochtends geldt een uitgaansverbod, bedoeld om bewegingen van verdachte zieke mensen te beperken. Een dronken politieman bemant in zijn eentje een checkpoint aan de toegangsweg tot Monrovia. Paspoorten zien. We wuiven ermee, het volstaat.

Nu is de voornaamste drempel die ons nog rest: het Ministerie van Informatie. Elke journalist moet een pasje aanvragen. Zonder kan je niet werken. Eenmaal uitgerust met een pasje kunnen we er aan beginnen. Pakken, handschoenen, brillen, het ligt allemaal klaar. Al is het maar voor het geval het echt nodig is. En liever niet. De pakken worden hier immers geassocieerd met de dood, door zij die ze niet dragen.

Robin Ramaekers

Volg Robin Ramaekers op Twitter