Zondag winteruur: enkele weetjes

In de nacht van zaterdag op zondag draaien we de klok een uurtje terug, naar het winteruur, en mogen we wat langer slapen. Maar wist je dat we ons zeven maanden per jaar instellen op het zomeruur en slechts vijf maanden op het winteruur? 

1. Waar komt het vandaan? 
Het winteruur is de standaardtijd, het zomeruur is een aanpassing die in ons land in 1977 werd ingevoerd in de nasleep van de oliecrisis. De centrale gedachtegang is de volgende: door de tijd een uur op te schuiven in de zomer, is er tijdens de dag langer zonlicht. 

Mensen zullen dus langer buiten verblijven, waardoor er minder snel energie verbruikt wordt door binnen te leven. Zo probeerde de regering de energieprijs te drukken. In het Engels spreekt men trouwens over ‘daylight saving time’, letterlijk meer zonlicht overhouden in een dag.

2. (Vroeger) economisch voordeliger
Dat economische argument is ondertussen niet meer echt van toepassing. Energiebedrijf Essent berekende dat je vroeger 21,90 euro per jaar kon besparen op je elektriciteitsrekening door te wisselen van uur. Nu is dat – door onder andere de komst van ledlampen – gezakt tot 2,60 euro. 

Meer daarover: Veranderen van uur? Amper 2,60 euro besparen

3. Jetlag
Dat wisselen van uur brengt ons biologisch systeem in de war, net als een jetlag waarbij je plots in een andere tijdszone zit. Heel wat mensen voelen dat uurtje amper, anderen kunnen er wel tien dagen voor nodig hebben om te recupereren. 

Vooral kinderen hebben er moeite mee. Zij volgen namelijk veel meer hun biologische klok dan volwassenen. Daardoor worden ze ’s ochtends vroeger wakker als het winteruur begint. 

4. Meer verkeersslachtoffers
Vooral voetgangers en fietsers worden het slachtoffer van de uurwissel. "De overschakeling naar het winteruur is de start van een risicovolle periode", waarschuwt verkeersinstituut Vias. 

Meer daarover: "Uurwissel gevaarlijk voor fietsers"

5. Langer zomertijd
De zomertijd begint op de laatste zondag van maart en eindigt op de laatste zondag van oktober. Met andere woorden: de zomertijd duurt zeven maanden per jaar. De wintertijd duurt er slechts vijf. Nochtans was dat vroeger anders. Tot voor 2002 duurde zowel de zomer- als de wintertijd een half jaar. 

6. Omgekeerd
In het zuidelijk halfrond loopt de zomer- en wintertijd omgekeerd. Als de zomertijd bij ons begint, begint de wintertijd in landen als Brazilië, Zuid-Afrika en Australië. Dat heeft natuurlijk te maken met de liggen ten opzichte van de evenaar.