Zo loop je dodentocht (waarschijnlijk) uit

Dit weekend is het weer zover: duizenden wandelaars zakken af naar het Antwerpse Bornem om deel te nemen aan de Dodentocht. Of je die honderd kilometer zal uitstappen of niet, hangt af van een aantal factoren die je zelf in de hand hebt. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Gent.

Enkele bio-ingenieurs van de universiteit van Gent hebben verschillende factoren onderzocht die de slaagkansen van de Dodentocht beïnvloeden. Ze hebben verschillende groepen wandelaars geanalyseerd en aan de hand daarvan hebben ze de volgende conclusies getrokken.

Doorzetten is boodschap
De meeste deelnemers die afhaken, doen dat halverwege het parcours. Dat heeft volgens de onderzoekers met verschillende factoren te maken. Zo zou de grens van vijftig kilometer niet alleen mentaal symbolisch zijn, maar ook fysiek zwaar wegen. 

Bovendien, zo blijkt uit het onderzoek, stappen de meeste mensen tegen de helft van het parcours niet meer samen met de mensen waarmee ze begonnen zijn.

Doorzetten is dus de boodschap. Uit het onderzoek blijkt dat wie halverwege niet opgeeft, 75 procent kans maakt om de eindstreep te halen. Eens de kaap van vijftien uur wandelen bereikt is, geeft nog slechts acht procent van de wandelaars op voor ze de eindstreep halen.

Snel stappen
Deelnemers die van bij de start snel stappen, geraken verder. Volgens de bevindingen van de bio-ingenieurs stap je gemiddeld best sneller dan vijf kilometer per uur om de eindstreep te halen.

Voorbereiding is belangrijk
Jonge deelnemers zouden zich minder goed voorbereiden dan oudere deelnemers. Jongeren zouden zich sneller in een impulsieve bui inschrijven, maar haken ook sneller af tijdens de tocht. Oudere deelnemers houden het langer vol en lijken beter voorbereid te zijn. 

Goed voorbereid beginnen aan de Dodentocht is dus zeker aangeraden. 

Weersomstandigheden
Tot de verbazing van de onderzoekers speelt het weer slechts een kleine rol in de slaagkansen. “Het weer is enkel op korte termijn een reden om op te geven”, zegt Steffie Van Nieuland, van onderzoeksteam KERMIT, die het onderzoek leidde.

Uit het onderzoek blijkt ook dat mensen die opgeven door de weersomstandigheden, het weer enkel als excuus gebruiken. “Slecht weer leidt ertoe dat mensen die sowieso zouden opgeven, dat iets vroeger doen”, voegt Van Nieuland daaraan toe.

Meer mannen halen finish 
Uit de bevindingen blijkt dat gemiddeld 61 procent van de starters de eindstreep bereikt in gemiddeld 21 uur. Vrouwen wandelen over het algemeen trager dan mannen en geven sneller op. Van de vrouwen die de Dodentocht starten, haakt iets minder dan de helft (47 procent) af voor het einde, terwijl 37 procent van de mannen onderweg opgeeft.

Door: Katrien De Neve / Nathalie De Bisschop