Wereldprimeur: proefbuisveulen

Aan de universiteit van Gent is het eerste proefbuisveulen geboren uit een onrijpe, ingevroren eicel. De onderzoekers haalden de cel uit een geslachte merrie. De eicel werd later ontdooid, gerijpt, bevrucht en gekweekt tot een embryo. Dat is een wereldprimeur: het was al gedaan met menselijke eicellen, maar nooit met die van een paard.

Vicsi is nu vijf dagen oud en een perfect gezonde, schattige hengst. Onderzoekster aan de UGent Katrien Smits legt uit hoe zij en haar team te werk gingen: “We hebben een onrijpe paardeneicel heel snel ingevroren door middel van vitrificatie. Die eicel is dan een week bewaard in vloeibare stikstof, vervolgens hebben we die ontdooid, gerijpt, bevrucht en gekweekt tot een embryo dat overgeplant is in een draagmerrie en daaruit is Vicsi ontstaan.”

Visci
De naam van het Veulen, Visci, is een samentrekking van de twee technieken die de onderzoekers toepasten. Vi- komt van vitrificatie, het heel snel invriezen van eicellen, en ICSI is de bevruchtingsmethode, waarbij onder de microscoop een spermacel in een eicel wordt geïnjecteerd.

Primeur
Paardenembryo's konden al ingevroren worden maar de eicellen afzonderlijk nog niet. Ze zijn zeer gevoelig voor lage temperaturen, maar door ze heel snel in te vriezen, slaagden de onderzoekers aan de UGent hier dus wel in.

Veel mogelijkheden
Dankzij de nieuwe methode kunnen eicellen van een waardevolle merrie binnenkort bewaard worden, in plaats van enkel de embryo’s. Daardoor heeft een eigenaar alle tijd om, wanneer de eicel van een merrie ingevroren is, op zoek te gaan naar een hengst om een embryo te maken. Ook voor het behoud van genetisch materiaal van zeldzame of bedreigde paardenrassen en paardachtigen zoals zebra’s, biedt het invriezen van eicellen veel mogelijkheden.

Nog niet op punt
De methode staat nog niet helemaal op punt. Slechts 34 procent van de ingevroren eicellen werden rijp en maar vijf procent van de geïnjecteerde eicellen werden goede embryo’s. Bij verse eicellen is de rijping zestig procent en ontwikkelt twintig procent van de bevruchte eicellen tot een embryo dat kan overgeplant worden.