We laten onze auto vaker thuis

Hoewel we nog steeds erg verknocht zijn aan onze auto, kiezen we over het algemeen vaker voor een alternatief zoals de fiets of het openbaar vervoer. Voor woon-werkverkeer stappen we echter wel weer vaker in onze wagen. Dat blijkt uit de nieuwste editie van het Onderzoek Verplaatsingsgedrag (OVG) van de Vlaamse overheid, waarvoor 1.600 personen werden bevraagd tussen januari 2016 en januari 2017.

Uit het OVG blijkt dat de auto algemeen gezien voor het eerst sinds lang terrein verliest in Vlaanderen. Bij het vorige onderzoek was de auto nog de hoofdvervoerswijze van 70 procent van de 6-plussers (zowel bestuurders als passagiers). Nu ligt dat aandeel op net geen 65 procent. Dat komt omdat de Vlaming almaar meer naar de fiets grijpt (van 12,41 naar 15,45 procent), maar er ook vaker voor kiest om te voet te gaan (van 11,41 naar 12,49 procent) of het openbaar vervoer te nemen (van 4,47 naar 4,92 procent).

Koning auto
Volgens Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) zijn we daarmee op de goede weg. "Na een jarenlange stijging van het aandeel van de wagen leek de positie van koning auto onaantastbaar. Nu zien we een eerste groei voor de alternatieven", zegt hij. "Het moedigt ons alvast aan om volop te blijven investeren om deze positieve tendens nog te versterken. Alleen al dit jaar investeert Vlaanderen 1,5 miljard euro in Mobiliteit."

Woon-werkverkeer
Wat het woon-werkverkeer betreft, zit koning auto echter wel weer wat comfortabeler op zijn troon. Het aandeel neemt toe van 67,34 procent bij het vorige OVG tot 71,46 procent nu, vooral ten koste van het openbaar vervoer (van 10,67 tot 8,39 procent). Daarnaast maken we ook minder gebruik van nog andere vervoerswijzen (van 3,17 naar 1,65 procent). Het aantal Vlamingen dat woon-werkverplaatsingen met de fiets (16,23 procent) of te voet (2,27 procent) aflegt, blijft nagenoeg stabiel.

Fiets
Bij het woon-schoolverkeer slaagt de fiets er wel in om zijn hegemonie opnieuw uit te bouwen: bijna een derde (31,45 procent) van de pendelende scholieren kiest voor de tweewieler, tegenover 28,87 bij de vorige editie van het onderzoek. Ook daar moet het openbaar vervoer weer terrein prijsgeven: een stijging bij het aantal bus-, tram- en metrogebruikers (van 15,62 tot 18,39 procent) vangt daarbij wel een forse daling van het aantal treingebruikers (van 9,11 procent naar 5,82 procent) op.

Uit het OVG blijkt voorts onder meer nog dat de Vlaming elke dag gemiddeld 81 minuten doorbrengt in het verkeer, ondanks het toegenomen verkeer 2 minuten minder dan bij het vorige onderzoek. Gemiddeld leggen Vlamingen 2,65 verplaatsingen (2,74 bij vorige onderzoek) en een afstand van ongeveer 37 kilometer (38 kilometer bij vorige onderzoek) af per dag.