Waarom onze treinen het zo moeilijk hebben om stipt te rijden

De bazen van de NMBS en Infrabel hebben in het parlement stiptere treinen beloofd. Vorig jaar reed minder dan de hélft van de treinen echt op tijd, dus met minder dan een minuut vertraging. Dat blijkt uit cijfers die de spoorwegen eigenlijk wilde geheimhouden.

Volgens ex-bazen van NMBS ligt het probleem bij de complexiteit van de structuur. In 2005 is NMBS opgesplitst, om ook andere maatschappijen op de sporen te laten rijden. Er kwam naast de vervoersmaatschappij, de NMBS, ook een beheerder van het net, Infrabel, én een overkoepelende holding, waar het personeel in zat.

Maar dat zorgde voor rivaliteit. Daarom werd de structuur in 2013 vereenvoudigd: de holding verdween, de rest bleef, maar het probleem bleef óók. De NMBS en Infrabel hebben elk een eigen budget en eigen belangen. Infrabel doet bijvoorbeeld werken aan het spoor, maar verwittigt de NMBS te laat, waardoor die met extra vertragingen zit. En zo zijn er wederzijdse ergernissen. 

De baas van de NMBS gebonden aan de vakbonden, maar vooral aan de politiek, die haar dwingt in de pas te lopen en al zes jaar geen nieuwe beheersovereenkomst meer heeft afgesloten - dus geen overzicht van taken en doelen en budgetten. Waardoor de NMBS geen grote investeringen kan plannen. Gevolg: 40 procent van de treinen is intussen meer dan 30 jaar oud. En die oude treinen moeten almaar meer reizigers vervoeren. Intussen 235 miljoen per jaar. 

Daardoor zijn de Belgische Spoorwegen dus niet erg efficiënt of stipt, veel minder dan bijvoorbeeld de Nederlandse, waar liefst 91.5 procent van de reizigers vorig jaar op tijd aankwamen (dus minder dan 5 minuten te laat).

Ook Zwitserland doet het heel goed en het Japanse spoor kreeg onlangs bàkken kritiek omdat twee treinen 20 seconden te vroég waren vertrokken.