Uitbaatster kinderhotel in beroep tegen straf

De uitbaatster van kinderhotel Cococinelle in Waregem, die drie maanden celstraf met uitstel kreeg voor slagen en mensonterende behandeling van 21 kindjes, gaat in beroep tegen die straf. “Doordat de veroordeling op haar strafblad komt, dreigt ze haar pleegkind te moeten afstaan, en dat wil ze absoluut niet”, zegt haar advocaat aan VTM NIEUWS.

In augustus vorig jaar kwam het nieuws van wanpraktijken in het kinderdagverblijf aan het licht. Het ging om feiten tussen 2011 en 2016. De uitbaatster strafte lastige peuters door zeep in hun mond te steken, hen op te sluiten in de toiletten of vast te binden in hun bed. 

Milde straf
De rechter achtte bewezen dat ze 21 peuters lijfstraffen oplegde, en veroordeelde haar midden januari tot drie maanden celstraf, weliswaar volledig met uitstel. Een relatief milde straf, toch gaat de uitbaatster in beroep.

“Door die veroordeling dreigt ze haar pleegkind te moeten afstaan”, zegt Luc Gheysens, haar nieuwe advocaat. “Volgens Pleegzorg Vlaanderen mag iemand met een strafblad niet voor een pleegkind zorgen. Dat kind is nu zeven jaar. Ze zorgt er voor sinds de Poolse ouders het verlaten hebben.”

Opschorting
Het proces in beroep zal wellicht in mei of in juni plaatsvinden. Daar zal de vrouw opschorting van straf vragen. “Ze beseft dat ze in de fout ging”, zegt haar advocaat.

“Ze paste een oude opvoedingstechniek toe en ze weet dat ze verkeerd was. Ze heeft haar kinderhotel ondertussen verkocht en ze niet van plan om ooit nog als kinderverzorgster te werken. Maar dat ze haar pleegkind zou verliezen, is complete waanzin. We willen een oplossing.”

Zwaardere straf mogelijk
In beroep hoopt de vrouw dus een lichtere straf te krijgen, maar het kan ook anders uitdraaien. In eerste aanleg vorderde het openbaar ministerie nog een straf van negen maanden met uitstel.

Pleegzorg
Pleegzorg Vlaanderen wil niet ingaan op deze specifieke situatie, maar bevestigt dat er gekeken wordt naar het strafverleden van pleegouders. “Voor iemand pleegouder kan worden, moet hij of zij eerst een attest van goed gedrag en zeden kunnen voorleggen."

"Als we zien dat er risicofactoren zijn, dan kan iemand geen pleegouder worden. Anderzijds kan iemand die al pleegouder is, zijn of haar pleegzorgattest ook verliezen als die risicofactoren er pas later zijn gekomen, zoals bijvoorbeeld een veroordeling. Een beslissing is altijd weloverwogen, ook in belang van het kind."