Slag bij Passendale wordt herdacht

Vandaag en morgen wordt in Ieper de Slag bij Passendale herdacht, een van de bloedigste veldslagen van de Eerste Wereldoorlog. Bijna een half miljoen mensen raakten tijdens deze strijd gewond of werden gedood. 

Op 31 juli 1917 werd de Slag bij Passendale – of de Derde Slag bij Ieper - op gang getrokken door het Britse leger. Zij hoopten er de Duitse vijand de ultieme genadeslag toe te brengen.

Naar schatting vielen er bijna een half miljoen slachtoffers. Het gaat om mensen die gedood werden, of vermist of gewond raakten. Veel soldaten kwamen overigens door verdrinking om het leven. De bommen hadden kraters gemaakt in het landschap en door de aanhoudende regen liepen deze vol met water. Veel soldaten zochten in deze putten dekking voor de kogels, maar vonden daar de verdrinkingsdood.

Acht kilometer ver
De ruïnes van het dorp Passendale waren het einddoel van de geallieerden. Begin november kon het dorp uiteindelijk ingenomen worden, wat meteen het einde betekende van de Slag bij Passendale.

Het bloedvergieten leverde een terreinwinst op van acht kilometer die enkele maanden later alweer verloren ging. Het Duitse leger slaagde erin om in het voorjaar van 1918 in precies tien dagen het terrein opnieuw te veroveren dat het een halfjaar voordien had moeten prijsgeven. De Slag bij Passendale groeide dan ook uit als het symbool voor zinloos geweld en was een van de bloederigste gebeurtenissen uit de Eerste Wereldoorlog.

Grootschalige herdenking
Het bloedvergieten zal zowel vandaag al morgen officieel herdacht worden in Ieper. Onder meer koning Filip en koningin Mathilde zullen de plechtigheden bijwonen en ook de Britse prins Charles komt naar de Westhoek. De Britse zender BBC zal het hele spektakel rechtstreeks uitzenden op televisie.