Salariswagen is mannenzaak

De loonkloof zet zich ook door in het aanvullende loonpakket. Zo krijgen vrouwen binnen eenzelfde organisatie drie keer minder vaak een bedrijfswagen. Dat blijkt uit een studie van SD Worx en Antwerp Management School (AMS) in opdracht van de FOD Sociale Zekerheid en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, waarover De Standaard en Het Nieuwsblad dinsdag berichten.

Ongeveer 17 procent van de werknemers heeft een bedrijfswagen. Mannen rijden veel vaker met een bedrijfswagen rond: bijna een kwart van de mannelijke werknemers heeft er één, bij de vrouwen is dat minder dan 12 procent. Vrouwen genieten vaker een ­andere mobiliteitsvergoeding. Ze krijgen bijna dubbel zo vaak een tussenkomst voor het openbaar vervoer. Ze ontvangen ook iets vaker een fietsvergoeding en een tussenkomst voor verplaatsingen met de eigen wagen. Maar die vergoedingen liggen, ook als ze gecombineerd worden, lager dan bij de salariswagen.

Mannen werken vaker in sectoren waar bedrijfswagens courant zijn, zoals de IT-, energie- of financiële sector. Toch kunnen de verschillen in sectoren de kloof niet helemaal verklaren. SD Worx zuiverde de ruwe cijfers ook uit voor de verschillen in sector, leeftijd, het aantal werknemers in het bedrijf en het statuut. In organisaties binnen dezelfde sector en met dezelfde grootte hebben mannen met een gelijkaardig statuut en een gelijk­aardige leeftijd liefst 2,9 keer vaker een salariswagen dan hun vrouwe­lijke collega's.