“Nog steeds geen veiligheidscheck Soedanezen"

De advocate van een Soedanees die door ons land zou worden teruggestuurd naar zijn thuisland Soedan, klaagt in weekblad Knack aan dat er geen veiligheidstoetsing gebeurde op voorhand. "Pas zeven dagen nadat ze mijn Soedanese cliënt hadden proberen te repatriëren, heeft de Dienst Vreemdelingenzaken getoetst of hij wel naar zijn vaderland teruggestuurd mocht worden", zegt advocaat Kati Verstrepen.

Op 13 februari heeft de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) geprobeerd om een Soedanees te repatriëren zonder te hebben afgetoetst of hij in zijn thuisland risico op foltering of onmenselijke behandeling liep. Dat zegt Kati Verstrepen, de advocaat die hij in de arm heeft genomen, tegen Knack.

Die toetsing, een toepassing van artikel drie van het Europees Verdrag voor Rechten van de Mens (EVRM), was een expliciete vraag van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) in zijn rapport van 8 februari.

Getuigenissen
Dat rapport was besteld door minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) nadat getuigenissen waren opgedoken over de foltering van Soedanezen na hun repatriëring uit België.

Op donderdag 22 februari, negen dagen na de eerste poging tot repatriëring, kreeg meester Verstrepen inzage in het volledige dossier omdat ze de dag nadien mocht pleiten over het verzoek tot invrijheidstelling dat ze had ingediend. Opnieuw bleek de toetsing te ontbreken.

"Zeven dagen later"
"Daarop heb ik een e-mail naar de DVZ gestuurd, met de vraag of ik iets over het hoofd had gezien. Hun raadsman stuurde me een document dat was opgemaakt op 22 februari, dus diezelfde dag nog. Er stond in dat op 20 februari een gesprek met mijn cliënt had plaatsgevonden over een mogelijke schending van artikel 3 bij een repatriëring naar Soedan. Dus zeven dagen nadat ze mijn cliënt hadden proberen te repatriëren".