Kind 'bespioneren' mag niet, wat dan wel?

Bijna de helft van de ouders bespieden hun kinderen, omdat ze zich zorgen maken over wat ze allemaal opzoeken op het internet. Dat blijkt uit een enquête waar VTM NIEUWS gisteren over berichtte. Maar je kinderen bespieden is geen goed idee, zeggen pedagogen. Je kan beter open met hen praten over hun surfgedrag. Pedagoog Pedro De Bruyckere geeft vijf gouden tips.

Kinderen vragen steeds vaker raad aan Google als ze met vragen zitten. Dat maakt ouders ongerust, blijkt uit een enquête bij Telenet. Ze maken zich zorgen om de online veiligheid van hun kind en gaan het surfgedrag van hun kinderen controleren. Maar als je je kind niet mag 'bespioneren', hoe kan je ze dan wel controleren?

Geef het goede voorbeeld
38 procent van de ouders gaat zelf minder online op de momenten dat de kinderen in de buurt zijn. Ze willen op die manier het goede voorbeeld geven. En dat is volgens De Bruyckere erg belangrijk.

“Vraag bijvoorbeeld toestemming aan je kind of je een foto van hem of haar online mag zetten en respecteer ook hun online privacy. Zo creëer je wederzijds respect en zullen jullie verwachtingen van elkaar veel beter matchen”, aldus de pedagoog.

Toon positieve interesse
“Toon interesse als je kind eigen content online zet of als het je iets nieuws wil tonen op het internet”, raadt De Bruyckere aan. Hij stelt voor om zelf te vragen of ze online al iets leuks hebben meegemaakt.

“Als je het niet eens bent met een bepaalde website, app of activiteit, motiveer dan waarom. Zo vergroot je immers de kans dat ze naar jou komen voor hulp of raad als het eens fout loopt”, klinkt het.

Te technisch? Vraag het aan je kind
Volgens de pedagoog is het belangrijk om je kind raad te durven vragen als het even niet lukt op technisch vlak.

En dat doet iets meer dan de helft van de ouders (52 procent) ook. Ze vragen weleens om interessante sites te tonen of om de werking van sociale media uit te leggen. Het zijn vooral de moeders die hun kind om hulp vragen (62 procent tegenover 41 procent bij de vaders).

Wees mediawijs
Kinderen mogen het technische aspect dan wel goed beheersen, ze hebben nog altijd iemand nodig die op inhoudelijk vlak sterker staat. “Gebruik je levenservaring om je kind kritisch te leren zijn en gids het door de onuitputtelijke bron aan informatie die het internet is”, zegt De Bruyckere.

De ene dag zal je zeggen: "Geweldig dat je dat al weet", de volgende dag zal je hem of haar moeten duidelijk maken dat niet alles wat online staat, klopt.” De meerderheid van de ouders (76 procent) zegt dan ook trots te zijn op wat hun kind allemaal online kan.

Observeer je kind
Iets meer dan de helft van de ouders (52 procent) maakt zich zorgen over de tijd die zijn of haar kind spendeert voor een computer-, tablet- of smartphonescherm. De Bruyckere raadt dan ook aan om kinderen goed in de gaten te houden.

“Als je merkt dat je kind andere dingen begint te verwaarlozen, wazige ogen krijgt of slecht begint te slapen, grijp je in”, stelt hij voor. "Beter een paar keer kort online, dan urenlang voor het scherm te zitten."

Bekijk ook: