Dossier Kasteelmoord

Kasteelmoord: hoe zat het weer?

Vandaag start het proces over de Kasteelmoord voor de correctionele rechtbank van Brugge. Daar moeten André Gyselbrecht, Pierre Serry, Franciscus 'Roij' Larmit en Evert de Clercq zich verantwoorden voor de rol die ze zouden gespeeld hebben bij de moord op kasteelheer Stijn Saelens. Maar hoe zat dat weer allemaal? Wij zetten alles nog eens op een rijtje. 

Op 31 januari 2012 vond Elisabeth Gyselbrecht, de vrouw van Stijn Saelens een grote plas bloed en verschillende kogelhulzen in de inkomhal van het kasteel waar ze met haar man woonde. Twee weken later werd het lichaam van Stijn Saelens gevonden in een bos in Maria-Aalter, vlakbij een chalet van Pierre Serry, een goede vriend van dokter André Gyselbrecht, de schoonvader van Saelens.

Vader Gyselbrecht werd door de speurders bijna onmiddellijk gezien als opdrachtgever voor de moord op zijn schoonzoon. De dokter zelf ontkende in alle talen en beweerde dat hij Saelens gewoon “een lesje wilde leren” omdat die zijn dochtertje zou misbruikt hebben. 

Pierre Serry, op wiens grond het lichaam werd gevonden, bleef ondertussen in de cel. Hij zou als tussenpersoon gediend hebben in de moord, maar heeft twee jaar lang geen woord gerept. Toen hij veranderde van advocaat, sprak hij wel met de speurders. Hij gaf zelfs toe dat het effectief de bedoeling was om Saelens om het leven te brengen. 

Antonius van Bommel en Roy Larmit
Dankzij een nieuw DNA-onderzoek kon Antonius van Bommel, een Nederlander uit Eindhoven, uiteindelijk geïdentificeerd worden. Hij zou Saelens neergeschoten hebben. Pas twee jaar later werd een ander DNA-spoor gelinkt aan de Tilburger Franciscus 'Roy' Larmit, een neef van de ondertussen overleden huurmoordenaar. Larmit zou zijn oom die bewuste dag naar het kasteel Carpentier hebben vergezeld, maar beweert dat hij van het moordplan niets afwist. Bij het begraven van het lijk, stak hij wel een handje toe.

Evert de Clercq
Evert de Clercq, een 51-jarige Zeeuw, wordt gezien als een tussenpersoon bij het ronselen van de schutter Antonius van Bommel. De Clercq zat voor het eerst in de cel in de zomer van 2013. Na een nieuw DNA-onderzoek bleek dat zijn DNA toch niet overeenkwam met het spoor dat de speurders hadden gevonden. Enkele maanden later legde Larmit bezwarende verklaringen af en moest de Clercq toch nog naar de cel. 

Correctioneel, geen assisen
Op 20 januari dit jaar besliste de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling om de zaak naar de correctionele rechtbank te verwijzen en niet naar het hof van assisen. Peter Gyselbrecht, de schoonbroer van Saelens, werd buiten vervolging gesteld. 

De verdediging had nochtans aangedrongen op een assisenproces, dat volgens hen in dit geval “eerlijker” is dan een proces voor de correctionele rechtbank. 

Pleidooien
Op de zitting vanavond zullen alle partijen aan de rechtbank bepaalde verzoeken kunnen richten. Wellicht zal er om conclusietermijnen gevraagd worden, waardoor de zaak sowieso moet worden uitgesteld. 

Los daarvan zullen de advocaten sowieso vragen om enkele getuigen op te roepen. Die getuigenverhoren zouden vrij snel kunnen plaatsvinden en nemen mogelijk enkele dagen in beslag. Het is minder duidelijk wanneer de zaak effectief gepleit kan worden.

De rechtbank heeft aan de verdediging van Larmit al te kennen gegeven dat een vonnis voor de zomer mogelijk is. In dat geval zou de zaak al in mei gepleit moeten worden. De vraag tot conclusietermijnen kan echter leiden tot een uitstel naar het najaar.