"Geblunder met terroristen in cel"

De aanpak van opgesloten terroristen en honderden geradicaliseerde gedetineerden in onze gevangenissen is veel slechter dan gedacht. Dat schrijft De Tijd. Zo zouden de terroristen versleuteld kunnen communiceren met andere jihadisten en werden ook verboden wapens ontdekt. 

De wantoestanden staan volgens de krant te lezen in nota's van de veiligheidsdiensten die het kabinet van minister van Justitie Koen Geens (CD&V) niet vrijgaf. Ze waren geschrapt uit de definitieve antwoorden die Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) als senator daarover kreeg van Geens. 

De info is nu toch gelekt omdat het kabinet-Geens per ongeluk aan tientallen vragen ook de ruwe info van de veiligheidsdiensten toevoegde. Uit die nota’s blijkt dat de gedetineerden erin slagen om versleuteld te communiceren met hun familie, het criminele milieu en zelfs met andere jihadisten in de gevangenis en in Syrië en Irak. Er zijn ook al verboden wapens ontdekt in de Deradex-afdelingen waar de zwaarste terroristen zitten.

"Beangstigende gedachte"
"Het is hallucinant om vast te stellen dat de mensen die we voor terrorisme opsluiten vanuit de gevangenis contacten hebben met strijders in terreurgebieden als Syrië en Irak", zegt De Gucht. "Ik kan daar heel moeilijk bij."

Daarnaast zegt De Gucht ook gealarmeerd te zijn door het feit dat de informatie niet werd meegedeeld. "Het is speciaal om vast te stellen dat zulke zaken zijn weggelaten uit de antwoorden die ik van de minister kreeg, terwijl het een fundamenteel recht is van een parlementslid om vragen te stellen. Het is beangstigend dat onze gevangenissen anno 2018 niet beter zijn beveiligd. Men ziet het belang nog niet in om voor dit probleem samen te werken op alle niveaus, en al zeker niet Europees.'

Geens ontkent zaken te hebben verzwegen. Hij zegt dat hij enkel de definitieve versie van het antwoord nakijkt, die hem ter ondertekening wordt voorgelegd. "Het enige geldige antwoord op een schriftelijke parlementaire vraag is steeds het antwoord dat ondertekend werd door de minister. Dat is ook het enige antwoord dat de parlementair kan gebruiken", luidt het.