Francken "opgelucht" over Soedanrapport

Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) is opgelucht dat er volgens een rapport geen bewijzen zijn gevonden dat de teruggestuurde Soedanezen gefolterd werden. Het beleid moet volgens hem niet drastisch worden bijgestuurd.

“Ik ben zeer opgelucht. Dat betekent ook dat de hele zware woorden die sommigen in de mond hebben genomen, niet juist blijken te zijn, dat er dus geen bloed aan mijn handen kleeft.”

De repatriëringen naar Soedan zullen snel kunnen hervatten, zegt hij. In de gesloten centra zitten nu achttien Soedanezen, van wie er vijf geen asiel hebben aangevraagd. Voor die mensen zal nu dus eerst extra gecontroleerd worden of zij bij een terugkeer een risico lopen. “De eerste repatriëringen zullen volgende week of de week daarna zijn, ik moet de komende uren nog enkele praktische zaken regelen.”

Extra controles
Volgens het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatslozen (CGVS) kan de verwijdering of terugkeer van mensen naar Soedan opnieuw georganiseerd worden, als voor elke persoon "ten gronde" is nagegaan of de betrokken persoon al dan niet nood heeft aan bescherming.

Die aanbeveling wil Francken ook doorvoeren. “Iemand die geen asiel aanvraagt, maar wel zegt dat hij bedreigd is of van een regio komt waar veel problemen zijn, dan moeten wij een extra checken of dat waar is of niet. Op dit moment doet de Dienst Vreemdelingenzaken dat al, maar dat moet een stuk beter en grondiger en daarvoor gaan we samenwerken met het CGVS”, zegt Francken.

"Getuigenissen niet waargetrouw"
De ophef ontstond eind vorig jaar toen enkele Soedanezen verklaarden dat ze na hun terugkeer in Soedan gefolterd waren. Die getuigenissen waren verzameld door het Tahrir-instituut, maar het CGVS trekt die getuigenissen in twijfel. Voor de drie belangrijkste getuigenissen uit het Tahrir-rapport stelde het CGVS vast "dat een aantal belangrijke stukken niet waarheidsgetrouw zijn, in die mate dat die vaststelling ernstige twijfel doet ontstaan bij de rest van de getuigenis".

Het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatslozen (CGVS), dat het rapport heeft opgesteld, heeft geen bewijzen gevonden van de folteringen, maar kan ook niet “met absolute zekerheid” vaststellen dat de feiten niet hebben plaatsgevonden. 

Bekijk ook: