Fietsen naar werk: moet je nog sporten?

Eén op de vijf werknemers gaat met de fiets naar het werk. Dat blijkt uit de tweede mobiliteitsbarometer van hr-dienstverlener Acerta waarover De Standaard bericht. Dat is zonder enige twijfel een goede zaak voor de gezondheid, maar wil dat dan zeggen dat je niet langer hoeft te sporten na je werkuren? We vroegen het aan KU Leuven-bewegingsexpert Jan Seghers.

Acerta polste bij 40.000 werkgevers uit de privésector naar het woon-werkverkeer van 2016. Daaruit blijkt dat het aantal werknemers dat de fiets neemt om naar het werk te gaan, in de lift zit. Tegenwoordig kiest een op de vijf geregeld voor de fiets en dat is een toename van dertien procent in vergelijking met 2015. 

Het goede nieuws is dat die beweging soms al voldoende kan zijn om de bewegingsnorm te halen. “De algemene bewegingsnorm is dat je dertig minuten per dag aan een matige intensiteit moet sporten. Daarmee bedoelen we dat je lichtjes begint te zweten, je ademhaling zwaarder wordt en dat ook je hartslag omhoog gaat”, zegt KU Leuven-bewegingsexpert Jan Seghers aan VTM NIEUWS. “Fietsen naar het werk valt daar doorgaans wel onder.”

Druk leven
Kortom: als je niet te hard treuzelt en minstens dertig minuten aan een matig tempo fiets, kan je de sporttas in principe thuis laten. “Vooral voor mensen met een erg druk leven is het fietsen naar het werk ideaal om toch voldoende te bewegen. Dat bedrijven deze activiteit aanmoedigen door bijvoorbeeld een fietsvergoedingen aan te bieden, is dus zeker een maatregel die toegejuicht moet worden", besluit Seghers.

Lees ook: 1 op 5 werknemers fietst naar het werk

Klinkt het herkenbaar?